11. Voor even 

Ondanks dat ik ooit op bizarre wijze uit zijn klauwen was bevrijd. En ik daarna een tijd lang zelfs niet meer alleen over straat mocht gaan, omdat het gevaar bestond dat hij me zou ontvoeren. Ondanks.. 

Ach, als ik mijn ouders had moeten geloven, dan was het dus nooit zover gekomen. Dan was ik gevangene gebleven van alle angst die me eens was aangepraat. Maar òndanks alles, verloor ons verstand het van nieuwsgierigheid.

We hadden elkaar zo nu en dan telefonisch gesproken. En ja, aan gespreksstof geen gebrek. Hoe zou het zijn als we weer eens tegenover elkaar zouden staan? Zou er dan nog die klik wel zijn?

We spraken af elkaar te ontmoeten. Onder schooltijd. Op neutraal terrein. Ergens bij het bos ofzo. Gewoon om elkaar nog één keer te zien. Om toch eens fatsoenlijk afscheid te kunnen nemen. Meer niet.

Maar wàt, als onze partners erachter zouden komen? Ik gunde het de mijne niet dat dit de oorzaak zou worden van een eventuele scheiding. Zodat hij mij weer de schuld zou kunnen geven, zoals zijn narcistische brein altijd al deed.

Maar ja, wat was er eigenlijk mis met een man en een vrouw die elkaar zomaar even opzochten? Omdat ze elkaar, jaren geleden, heel goed kenden. Daar werden zelfs televisie-programma’s mee gevuld. Memories. Mensen smulden daar toch van?!

En misschien viel het zelfs wel tegen. Was er niets meer over van die speciale chemie, zodra we elkaar zouden zien. Dan konden we dit hoofdstuk tenminste definitief afsluiten.

En zo was er die ontmoeting. 

Hij stapte uit de auto, stak nonchalant zijn zonnebril in zijn haar en kwam met grote stappen naar me toe. Ik rechtte mijn rug en deed zelfverzekerd. 

‘Ha, meisje, wat fijn om je weer te zien.’ Even sloeg hij zijn armen om me heen en ik verdronk in zijn omhelzing. Het was als thuiskomen.

We maakten onze wandeling. Praatten honderduit. Af en toe stopten we om elkaar in de ogen te kunnen kijken. Alsof we niet konden geloven dat we werkelijk naast elkaar liepen, na zo’n lange tijd.

Anderen, die ons tegenkwamen, zouden hebben gedacht dat we gewoon bij elkaar hoorden. En dat voelde ook zo. Ooit hoorden we bij elkaar. En nu weer. Voor even. 

Daarna zouden we ieder ons weegs gaan. Elkaar weer los laten. Of was dat nu een utopie?

Advertenties

10. Tranen

‘Probeer gewoon òp te staan!’ schettert ze door de telefoon. ‘Ik durf niet,’ jammer ik en knijp mijn benen nog dichter tegen elkaar.

‘Moet ik dan maar langskomen?!’ stelt zus voor. Het klinkt als een bedreiging. Moet zij nu nog door het donker deze richting uit? Ik verman mezelf. Waanzin! Eerst zal ik zelf wel checken of ik gelijk heb. Langzaam sta ik op van de bank. Ik verwacht een vloedgolf van tussen mijn benen, maar die blijft uit. ‘Laat maar’ verzucht ik dan: ‘niks aan de hand!’

Nu ben ik het echt zat. Ik wil niet langer in onzekerheid zitten. Bang zijn dat hij straks niet op tijd zal zijn om de bevalling bij te wonen. Ondanks het late uur pak ik de telefoon en toets zijn telefoonnummer in.

‘Ik wil het zo niet langer! Het kan nu zomaar gaan beginnen en dit is echt iets wat ik niet alleen wil doen.’ Ik laat een snikje horen om mijn woorden kracht bij te zetten. Voldoende om hem te overtuigen.

En dat is hij. ‘Ik ga morgen praten. Zeggen dat ik niet langer blijven kan.’

Het is dubbel. Zijn thuiskomst zal weer wennen zijn. Hij zal zich weer gaan mengen in de opvoeding, het ritme en het huishouden thuis. Zijn we uit elkaar gegroeid? Het feit dat ik hem wel naast me wil hebben zodra de weeën gaan beginnen, stelt me enigszins gerust.

De dagen die volgen treffen we de laatste voorbereidingen voor de geboorte. Wat was ik daar druk mee geweest toen de voorgaande zussen geboren moesten worden. Dit kindje krijgt alleen maar een bedje in de hoek van onze slaapkamer. En zal worden verzorgd op de commode op zusjes kamer. Ik voel me schuldig dat ik er niet meer werk van heb gemaakt.

Midden in de nacht word ik wakker. Ik voel iets knappen in mijn buik. Dan gaat het snel. We moeten naar het ziekenhuis, omdat het vruchtwater niet helder is. Jammer, want de anderen werden thuis geboren. Maar deze zwangerschap was in alles al anders dan hetgeen ik ooit gewend was. Dit kon er ook wel bij.

Na enkele uren sluit ik haar eindelijk in mijn armen. Eindelijk is ze er dan. Ze huilt krachtig, vol overgave. Ik druk haar dicht tegen me aan en doe ongegeneerd met haar mee. Nu mag het. Eindelijk geef me eraan over en laat me helemaal gaan. Tranen bengelen langs mijn wangen, mijn hals en verdwijnen tussen haar hoofdje en mijn borst.

De verloskundige fluistert: ‘Je hebt het goed gedaan, hoor! Huil maar even. Dat is heel normaal.’ Haar vinger glijdt langs mijn natte wang. ‘Allemaal tranen van geluk!’ zegt ze triomfantelijk.

Ze moest eens weten!

9. Gewaagd

Ooit hebben we met elkaar afgesproken om ons verhaal samen op te schrijven. Het zou de moderne versie worden van Romeo en Julia. Alleen hoopten we nog op een betere afloop. Maar we wisten het niet. De tijd moest ons verhaal nog verder schrijven. 

Toen ik een paar jaar getrouwd was met de vader van mijn oudste dochters, kwam ik in een depressie terecht. Ik was tot de ontdekking gekomen dat er een enorme fout was gemaakt. De man bij wie ik leefde was wreed en alles behalve wat ik had gehoopt. Terwijl ik bij de liefde van mijn leven was weggehaald, omdat hij niet goed genoeg voor me zou zijn. Het bleek omgekeerde wereld! 

Op een dag heb ik de stap gewaagd en zijn nummer gedraaid. Ik had geen idee wat ik zou moeten zeggen, maar alleen het horen van zijn stem zou al voldoende zijn. Toen hij opnam deed ik alsof ik een vreemde voor hem was en voor zaken belde. 

‘Ben jij het?!’ vroeg hij direct. Hij klonk blij verrast en dat maakte dat ik verder durfde praten. Ik vertelde hem dat ik getrouwd was, kinderen had, maar nog dagelijks terugdacht aan die vreselijke tijd van toen. Dat ik nog zoveel vragen had!

Ook hij was getrouwd. Had ook een kind. Maar ook hij had mij nooit kunnen vergeten. Natuurlijk mocht ik de brief met vragen naar hem sturen. Hij had ook nooit kunnen begrijpen wat er toen was gebeurd. 

Hij vroeg hoe het verder met me ging. Ik deed alsof ik tevreden was met mijn leven. Dat ik een prima man had en lieve kinderen. En dat ik zijn huwelijk respecteerde. Ik wilde niet stoken. Hem niet in verlegenheid brengen. Ik zou alleen een brief schrijven. Alles verwoorden waar ik nog altijd mee liep. En dat zou voldoende zijn. Daar zouden we het bij laten.

Ik heb de brief geschreven en naar hem opgestuurd. Hij belde me terug om te zeggen dat hij het gelezen had en beantwoorde mijn vragen. Daarna vroeg hij hoe het nú met me ging. Ik vertelde over ditjes en datjes. Het voelde zo vertrouwd. Alsof we elkaar nooit uit het oog hadden verloren.

‘Als jij mij niet had gebeld, dan had ik jou ooit opgezocht!’ zei hij en mijn hart begon wilder te kloppen. Zou het er dan toch zijn? De chemie die er altijd al tussen ons was. Dat speciale? 

Ik vertrouwde hem toe dat ik hem nog nooit had kunnen vergeten. En dat ik wel een boek zou willen schrijven over onze geschiedenis. Dat leek hem een goed idee. Hij wilde me er zelfs wel bij helpen. Opschrijven hoe hij het had beleefd. Zodat het verhaal van twee kanten belicht zou worden.

En zo hielden we contact. Zo af en toe, aan de telefoon. Langzaam ging ik weer geloven in echte Liefde. Hoe mooi dat was. Hoe intens. Maar ook zo verschrikkelijk onbereikbaar!

8. Ploeteren

‘En hoever ben je nou?’ Ik kijk op en voel aan mijn buik. Het begint al aardig op een voetbal te lijken. Geen twijfelachtig buikje, waarbij mensen kunnen denken dat ik gewoon teveel heb gegeten de laatste tijd.

‘Ik zou eigenlijk niet weten,’ biecht ik op. Wel weet ik wanneer mijn zwangerschapsverlof zal ingaan. Dat is iets waar ik enorm naar uitkijk. Niet dat ik een hekel heb aan mijn werk in de verpleging. Ik geniet van de afleiding. En de confrontatie met ander leed doet me dankbaar zijn voor mijn eigen gezondheid. Maar het wordt wel zwaar.

Het is sowieso best zwaar. De zorg voor de kinderen rust nu voornamelijk op mijn schouders. Terwijl hij ’s avonds in zijn hotelkamertje de rust opzoekt, ben ik nog aan het ploeteren met de was, het eten, opruimen en de kids naar bed helpen.

Het lijkt zo oneerlijk. Hoewel het een duidelijke keuze van ons beiden was, voel ik me vaak in de steek gelaten. Terwijl hij de schuldige is, ben ik nu de straf aan het uitzitten. Kon ikzelf maar genieten van elke avond niets-doen. Mezelf laten bedienen en elke avond weer in een schoon bed kruipen. Al was het maar voor een week.

Ondertussen groeit het mensje binnenin me onvermoeibaar door. Het stoort zich niet aan de alle hectiek om ons heen. Op de echo’s is te zien hoe het kleintje zich volledig heeft gevormd. Steeds dichterbij het moment om de buitenwereld te ontdekken.

Pas wanneer alles en iedereen stil is in huis heb ik even tijd. Als ik in mijn bed lig en mijn buik alle kanten op begint te bewegen. Dan heb ik tijd om me te verwonderen. Uit te kijken. Te verwachten. En te verlangen naar het kindje dat straks ons gezin zal verrijken.

Een kindje dat met een schone lei zal beginnen. Nog ongeschonden. Ik hoop zo dat dit kind wel gelukkig mag worden! Een toekomst tegemoet mag gaan die ik voor al mijn kinderen had gewenst.

7. Precies

Vroeger wist ik het precies. Ik zou voor een lange, slanke man gaan. Met donkere krullen, witte tanden en een mooie stem. Liefdevol. Één die alleen oog had voor mij. We zouden elkaar trouw zijn. Altijd eerlijk. Geen geheimen hebben voor elkaar.

We zouden altijd samen zijn. Nooit gaan slapen zonder ruzies uit te praten. Elkaar steunen door dik en dun. Elkaars maatje zijn. Een hecht team. Om elkaars grappen lachen en elkaars verdriet delen.

Ik zou me niet laten beïnvloeden door de mening van anderen. Alleen luisteren naar mijn eigen hart. Mijn gevoel volgen en gelukkig zijn.

Ik zou het niet pikken als hij me sloeg. Maar dat zou natuurlijk ook nooit gebeuren. Ik keek wel uit! Voordat het zover was, zou ik al bij hem verdwenen zijn. Ik zou me niet laten kapot maken. Me laten intimideren. En sexueel misbruik zou mij nooit overkomen.

Ik zou gewoon wegrennen voor al dit soort narigheid. Gillen. Slaan. Mezelf beschermen. Je zag zoiets toch aankomen?! En natuurlijk zou ik het type man, dat zoiets doet, bij voorbaat al hebben herkend.

Ik zou gelijk een proces aanspannen, als iemand het ooit in zijn hoofd zou halen om aan één van mijn kinderen te zitten. Hem voor de rechter slepen. Of, waarschijnlijker, zou zo’n proces allang niet meer nodig zijn, omdat ik het zelf al had geklaard. Want ik zou hem alle hoeken van de kamer laten zien. Geen bot meer heel laten! Ik zou hem kapot maken, omdat hij mij dat ook heeft gedaan.

Ik snapte mensen niet die dingen lieten gebeuren die niet door de beugel kunnen. Je pikt het toch niet als hij vreemdgaat, je bedriegt, je bespot, tegen je liegt of niet alles tegen je zegt?!

Nu ben ik ouder geworden en weet hoe het gaat. Weet hoe het voelt. Nu heb ik geen pasklare oplossingen meer. Zoek ik soms tevergeefs naar antwoorden. Leg de lat steeds minder hoog. 

Nu ik het alles heb meegemaakt, weet ik het allemaal niet meer zo precies.


6. Ver weg

‘Ik heb werk gevonden. Net over de grens,’ zegt hij, zichtbaar tevreden met zichzelf: ‘Een paar uur rijden hiervandaan, dus ben ik alleen de zondagen thuis.’ Ik kijk hem verrast aan en glimlach. ‘Het kan wel maanden duren!’ doet hij er dan nog een schepje bovenop. Hij vertelt dat het om een project gaat, waar hij van begin tot eind bij zal moeten zijn. ‘Mooi! Dankjewel,’ zeg ik gemeend.

De komende maanden zal ik weer alleen zijn. Alleen met de kids. Dat lijkt ons voor nu de beste oplossing. Want we moeten toch wat?!

Mijn dochter heeft namelijk aangegeven dat ze het wel lastig vindt om elke dag weer met hem te worden geconfronteerd. Elke dag herinnerd te worden aan die onveilige momenten. En bang te zijn dat het zich toch nog herhalen zou, ondanks dat hij ons op het hart heeft gedrukt dat het nooit meer zou gebeuren. En ik kan niet àltijd thuis zijn. Ik zal moeten blijven werken. Ook ’s avonds. Dat is nou eenmaal zo in de verpleging.

En ook al hebben we afleiding aan ‘de blijde verwachting’, we zijn op een dood spoor terecht gekomen. De therapeut heeft geen tijd of zin in ons drama. En wie zouden we anders in vertrouwen kunnen nemen? Kunnen vragen om raad?

We besloten dus dat het beter is dat hij een tijdje uit huis zal gaan. Niet door middel van een scheiding, maar gewoon door werk te zoeken ver van huis. Om te bezinnen en te verwerken. Te werken aan vertrouwen.

En zo is hij vertrokken. Alle weken van huis.

Sommigen vragen wel naar hem.  Maar ik doe mijn best om het logisch te laten klinken. “Nee, hij is er niet. Hij werkt een tijdje in het buitenland.” Natuurlijk wordt er dan gevraagd of dat dan zo nodig is en hoelang het zal gaan duren. Ik zie opgetrokken wenkbrauwen als ik zeg dat dat maanden kan zijn. Ik zie ogen die afdwalen naar mijn groeiende buik en vragen: ” Redt je dat wel zo?”

Dan wuif ik met mijn hand en tover een brede lach op mijn gezicht: “Ach ja, tuurlijk! Ik heb voor hetere vuren gestaan!” En dan zijn alle vragen weer voorbij…

5. Vergissing

Ze hadden zich dus flink vergist. Mijn ouders. Ze dachten het beste met hun dochter voor te hebben, maar de praktijk wees iets heel anders uit. Nooit ben ik meer zo verliefd geweest als toen. Op hem. Maar mijn ouders wezen hem af.

Ik zou nooit gelukkig met hem kunnen worden. Hij was niet goed genoeg. Zijn keuzes verschilden met die van mijn ouders. En ik ging daardoor niet meer in hun gareel.

Maar oh, wat was ik gek op hem. De hele wereld kon me gestolen worden, zolang ik maar bij hem kon zijn. Met hem voelde ik me één. Door hem voelde ik me gezien, geliefd en gehoord. Niets was belangrijker dan hij.
Misschien was het daardoor wel dat mijn vader hem niet mocht. Ineens was er een ander die het voor het zeggen had in mijn leven. Iemand die een andere visie had en mij verder deed kijken dan mij was geleerd.

Allerlei narigheid zou mij overkomen als ik bij hem blijven zou. Hij was gevaarlijk. Had mij in zijn macht. Misschien was hij wel een hypnotiseur. Want als ik met hem had gesproken dacht ik precies hetzelfde als hij.

We werden bruut uit elkaar gehaald. Hij was niet de man voor mij. Er zou iets veel beters voor mij zijn weggelegd. Een beter leven met een veel betere man.
Ik liet het gebeuren, ookal deed het veel pijn. Mijn leven was over. Van mij hoefde het zo niet meer. Maar papa wist wat goed voor mij was. Er kwam vast een betere tijd.

Nu, vijventwintig jaar later, is het nog niet gekomen. Soms dacht ik dat het wel zo was, maar al snel bleek het tegendeel. 

Was ik maar bij hem gebleven. Had ik maar niet naar hen geluisterd. Misschien dat ik dan nu nog wel gelukkig was geweest..

4. Echo

‘Je wordt weer vader,’ deelde ik mee, alsof het iets was dat dagelijks voorkwam. Hij trok zijn wenkbrauwen op. ‘Leuk!’ deed hij tammetjes. Hij wist schijnbaar dat enthousiasme nu niet op zijn plaats zou zijn. De zwangerschap kwam als een misplaatst geschenk. Een groot kado, op een rouwplechtigheid.

Die gedachte maakte dat ik me ook schuldig voelde. Schuldig tegenover dat kleine wezentje, dat zich zo onverwachts had weten te nestelen in mijn lijf. Weliswaar op een tijdstip dat ik er helemaal niet op zat te wachten. Maar dapper was het wel. Wat een timing! Af en toe legde ik mijn hand beschermend op mijn onderbuik. Ook dit kindje had me nodig. Net als mijn andere kinderen..

Net als mijn andere kinderen! Het voelde zo dubbel! Terwijl mijn dochter zich ongelooflijk onveilig moet hebben gevoeld, had ik die nachten nietsvermoedend naast de grote dader gelegen. Had ik me in zijn armen gevleid en me volledig aan hem gegeven. Hoe zou ze reageren als ze hoorde dat ik weer zwanger van hem was? Zou ze boos zijn? Verdrietig? Voorlopig zou ik het haar niet vertellen. Er kon nog vanalles misgaan met de zwangerschap. Soms leek me dat ook het beste. Zodat we weer even een level terug konden gaan. En we ongestoord konden bedenken hoe we verder wilden.

Maar kon ik nu eigenlijk nog wel bij hem weggaan? Natuurlijk zou dat gaan. Het waren de consequenties van zijn gedrag. Maar overzag ik dat nu nog wel? In mijn eentje de kinderen opvoeden, verzorgen en onderhouden, terwijl mijn lichaam steeds meer aandacht zou vergen. En straks weer een nieuw mensje die net zoveel aandacht en liefde nodig had als de anderen. Ik zou nog meer moeten werken. Om de monden te voeden, maar ook omdat ik waarschijnlijk zou achterblijven met een grote schuld. Zijn bedrijfsschuld zou  voor de helft op mijn schouders kunnen komen en daarnaast kon ik een dikke rekening van de scheidingskosten verwachten. Nog meer stress, nog meer spanning. Het was als kiezen tussen twee kwaden, net als ik jaren geleden ook al eens had gedaan. Ook toen was de uitkomst soms zo zwaar, dat ik af en toe had gewenst dat ik terug kon kruipen, als er nog een weg terug was geweest.

Bij de verloskundige bleek dat alles er prima uitzag. Er was een gezond spartelend hummeltje te zien op de echo. We kregen een foto van de mooiste beelden. Het was zo compleet. Hoofdje, rompje, armpjes en beentjes. Alles erop en eraan.

Toen de grote meiden die middag uit school kwamen pakte ik voorzichtig de zwart-wit plaatjes uit mijn tas. ‘Kijk,’ zei ik met overslaande stem. Twee paar ogen keken me aan, alsof ik niet goed geworden was. Ik deinsde even terug. ‘Wat moeten wij met die oude echo’s van ons zusje?’ vroeg de oudste. Ik lachte gespannen: ‘Nee, deze zijn vandaag gemaakt!’ Even was het stil. Hun monden vielen open. ‘Bent u zwanger dan?’ riepen ze toen tegelijk. Ik knikte langszaam. Meteen sprongen ze uit hun stoel en vlogen me om de hals. ‘Oh, gaaf, mam!’ deden ze enthousiast. Ze lachten en fantaseerden over het nieuwe brusje, zoals ze ook hun kleine zusje eens noemden, toen ze nog niet geboren was. Er zat weer perspectief in hun leven.

Ik gaf beide dochters een dikke kus op hun wang en keek hen diep in de ogen aan: ‘Ik hou van jullie! Heel veel!’

3. En nu?

‘Maak dat je er weg komt..’ echoode het in mijn hoofd. En ik wist wat dat betekende. Weggaan. Spullen pakken. Verdwijnen en alle schepen achter ons verbranden. Ik had het ooit aan de lijfe ondervonden. Het doorgemaakt. Het overleeft.

Maar nu? Zou ik weer moeten vertekken? Stiekem, op een dag als hij moet werken. Een afscheidsbrief neerleggen, met daarin mijn vaarwel. Net als toen, wegvluchten? Nee, dat was ik niet van plan! Als we uit elkaar zouden gaan, zou hij zelf zijn boeltje moeten pakken. Ik had geen zin om me weer te moeten behelpen met de meisjes in een onbekende omgeving.

Familieberaad. Dat zou duidelijkheid moeten geven. Dus riep ik mijn oudste dochters bij me in de keuken, terwijl ik aan het koken stond. ‘Wat willen jullie? Zal ik hem de deur wijzen? Zijn koffer pakken en hem daarmee wegsturen?’ stelde ik heldhaftig voor. De meisjes keken me even aan en zwegen. Ik zag hoe de oudste haar schouders optrok. ‘Ik weet het niet. Soms denk ik van wel. Maar ik wil eigenlijk ook niet dat ons kleine zusje straks, net als wij, twee ouders heeft die apart wonen. Een vader in een ander huis, een andere stad, ver weg. Geen contact.. Dat wil ik haar niet aandoen!’ Haar zus knikte instemmend.

‘Maar hoe gaan we dan verder?’ Wat er was gebeurd was niet meer uit te wissen. Ookal had hij plechtig beloofd dat het nooit meer zou voorkomen en er alles aan wilde doen om het goed te maken, het vertrouwen was onherstelbaar beschadigd.

We besloten het onderwerp nog even te laten rusten. Misschien kwam de tijd met de juiste oplossing voor ons dilemma. Misschien vond ik nog iemand die ons wel verder zou helpen. Ik zou op zoek gaan naar een andere therapeut.

Even een time-out, want ik voelde ook dat de spanning zijn tol ging eisen. Ik was afwezig, in gedachten verzonken. Voelde me moe en lusteloos. Huilde op de meest ongewenste tijden en was regelmatig misselijk. Misselijk? Door de spanning?

Met hoogrode kleur verstopte ik me die avond in de badkamer. In mijn nachtkastje had ik nog een test kunnen vinden. Gespannen hield ik het staafje boven het toilet in de urinestraal. Daarna legde ik op de rand van de wastafel en sprong onder de douche. Maar ik kon er niet van genieten. Telkens werden mijn ogen getrokken naar dat kleine witte ding dat straks mijn toekomst zou voorspellen.

Na enkele minuten hield ik het niet langer. Kliedernat griste ik de test van de rand en staarde naar het kleine scherm. Toen sloeg ik mijn handen voor mijn mond. Het ding stuiterde op de grond. Ik deed een sprongetje opzij, alsof ik er bang voor was. Vanaf de grond staarden twee kleine roze streepjes mij genadeloos aan.. Ik was zwanger!

2. Eruit..

De deurbel klonk schel. Als een angstkreet. Nu wacht ik op wat komen gaat. Ik ben benieuwd naar het hoofd achter het aanmeldformulier. Straks zou de deur worden opengedaan en zou ik zien wie het heeft gelezen. De therapeut.

Ik zie een schim de trap afdalen. Steeds dichterbij. Zou er die ‘klik’ zijn? De deur wordt geopend en even verbaas ik me over het tengere figuur dat voor me staat. Zou zij me gaan helpen? Heeft ze er de kracht wel voor?

Eenmaal gesetteld in de mij aangewezen stoel en voorzien van koffie, neemt ze plaats tegenover mij. “Het was een vaag verhaal..” wijst ze me op het aanmeldformulier. “Kun je er wat meer over vertellen?”

Ik had besloten om bij het begin te beginnen. Dus ga ik een heel stuk terug in de tijd. Ik vertel haar over hoe ik op mijn 18e de liefde van mijn leven ontmoette. Dat ik me heel gelukkig voelde en veel van hem hield. Maar dat mijn ouders hem niet goed genoeg voor me vonden en allerlei problemen verwachtten als ik bij hem bleef. We werden bruut uit elkaar getrokken. Het was een heus wildwest tafereel, compleet met politie en een onderduikadres. ‘Maar daar kom ik nu natuurlijk niet voor..’

Mijn oude liefde werd uitgewist. Een aantal jaren later stapte ik in het huwelijk met iemand die wel de goedkeuring van mijn ouders kon wegdragen. We kregen 2 dochters en toen begon de ellende. Manlief begon mij zijn ware aard te laten zien en deze bleek steeds wreder te worden. Uiteindelijk ben ik na zo’n 10 jaar huwelijk samen met de kids bij hem weggevlucht. ‘Maar daar kom ik nu natuurlijk niet voor..’

“En waarvoor zoek je nu dan eigenlijk hulp?”

Na enkele jaren alleen-zijn, ontmoette ik mijn huidige man. Een lieve zorgzame man. Een man die heel anders leek dan al die andere mannen. Hij was niet gericht op seks. Was niet gewelddadig, maar zorgzaam en kon eindeloos naar me luisteren. Ein-de-lijk had ik het geluk terug gevonden!

Na een tijdje bleek ik zwanger van hem. Met goedkeuring van mijn dochters besloten we te trouwen. Ons gezin was weer compleet. Er werd nog een dochter geboren en we leefden nog lang en gelukkig..

Tenminste..

Tot op de dag dat school me belde. Ik werd uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek. Natuurlijk wilde ik weten waarover het zou gaan. Maar de docent kon het me zo niet vertellen. In elk geval ging het over mijn 15 jarige dochter..

Toen zij uit school kwam heb ik haar meteen gevraagd wat er aan de hand was. Had ze iets uitgespookt, brutaal geweest of gespijbeld? In eerste instantie wilde ze niets zeggen. Maar zo makkelijk kwam ze daar niet onderuit. Ik keek haar doordringend aan en zei dat ik het NU wilde weten!

En toen brak ze..

Ik krijg tranen in mijn ogen bij de gedachte. Slik de brok in mijn keel weg. Mijn hart slaat wild in mijn binnenste. Dan schraap ik mijn keel en stamel: “Snikkend vertelde ze dat ze was betast door mijn huidige man. Op intieme plaatsen. Niet 1 x, maar diverse keren. Ook nadat ze had aangegeven het niet te willen, ging hij door. Op avonden dat ik moest werken..”

Tegenover me zie ik haar ogen steeds groter worden. Haar handen klemmen om het tafelblad. Ik sla mijn ogen neer en zwijg.

De stilte wordt ineens verbroken. “Wat doe je nog langer bij die man? Hij is een gevaar voor je kinderen. Maak dat je er weg komt..”

Vluchten? Alweer?

“Toen het aan het licht kwam, heeft hij gezegd dat het nooit meer zou gebeuren. Dat hij enorm veel spijt heeft en er alles aan zou doen om het goed te maken” probeer ik nog.

Het is alsof ik de kamer word uitgejaagd. Er is geen excuus! Ze geeft aan me niet te kunnen helpen. Heeft geen tijd voor zo’n complex geval en ook is dit onderwerp niet van haar categorie. Ik moet maar op zoek naar een geschikter iemand. Een andere therapeut. En ondertussen weggaan. Onmiddellijk vertrekken bij die man..

Als een bange hond druip ik de trap weer af. Mijn ogen vol met tranen. Buiten pak ik mijn zonnebril om er mijn rode ogen achter te verbergen. En om te doen alsof de zon schijnt, terwijl het stormt..