26. Bericht

Ik tuurde naar de letters op het scherm van mijn telefoon: ‘Ha, meidje, hoe gaat het? Al zo’n tijd niets van je gehoord! Ik kan wel merken dat ik meer aan jou denk dan jij aan mij..’ Ik zuchtte diep en voelde me schuldig. Toen kwam de volgende regel binnen: ‘Nou ja, het zal wel een goed teken zijn. Ik ben blij dat je weer gelukkig bent!’ De afzender deed mijn hart direct sneller kloppen.

Mijn grote liefde van vroeger!

Hij bleek mijn nummer nog te hebben. Ja, en ik had het zijne ook bewaard. Ooit had ik het gewist, omdat ik dacht het nooit meer nodig te hebben. En stiekem wist ik dat het ook in mijn hoofd lag opgeslagen. Maar toen de tijd verstreek werd ik bang het daar te verliezen. En zette ik het weer terug tussen mijn contacten.

En nu was daar ineens dat bericht. Terwijl ik op de puinhopen van het leven zat. Terwijl ik dagelijks liep te piekeren over hoe het nu verder moest en nachten wakker lag over de ellende dat dit huwelijk me had gebracht. Terwijl ik enorm spijt had dat ik toch weer getrouwd was, dacht hij dat ik gelukkig was. Dat ik hem vergeten was. Nooit meer aan hem dacht. Oh, was het maar zo!

Ooit had ik gedacht hem voorgoed achter me te kunnen laten. Hoopte ik dat hij zou vervagen tot enkel een mooie herinnering. Maar nu was hij weer daar. Hij had aan me gedacht. Had de moeite genomen om me toch nog een bericht te sturen. Hij was er nog en nam meteen weer plaats in mijn hart.

Wat moest ik doen? Hem terug berichten? Zeggen dat het goed met me ging? Vertellen dat ik inmiddels gezegend was met nog twee kleine meisjes? Hem doen geloven dat hij gelijk had? Nee, dit was mijn kans om eens eerlijk te zijn. Om de schone schijn eens níet te hoeven ophouden, maar te kunnen práten. Tenminste.. als hij daar open voor zou staan.

Ik besloot het er op te wagen: ‘Inderdaad een tijd geleden. Maar vergeten ben ik je nooit, hoor! Ik hoop in elk geval dat jij gelukkiger bent dan ik..’

Advertenties

25. Het liefst

“En wat zou jij nu het liefst willen?” vroeg mijn therapeut. Sindsdien laat die vraag me niet meer los.
Het liefst? Alles terug draaien en uit de tijd wissen. Dat wil ik het liefst…maar is onmogelijk.

Wat dan?
Kan dat dan echt niet? Of gewoon een mogelijkheid zoeken om het voorval te bagatelliseren? Dat het eigenlijk niet zo erg is als het lijkt? Maar daar zou ik iedereen, inclusief mijn eigen pijn, tekort mee doen. Want het is wèl heel-walgelijk-erg en had nooit mogen gebeuren!
Ik zou er háár mee afvallen. Geen goede moeder zijn. En ik zou er het hèm veel te makkelijk mee maken.

Wat wil ik nu het liefst?
Ik voel me uiteen gescheurd. Een deel van me zegt dat ik hem moet verlaten, om mijn dochter zoveel mogelijk tegemoet te komen. Nu wordt ze telkens weer met hem geconfronteerd en dat moet onverdraagzaam zijn.
Maar dan denk ik aan haar lieve briefje bij hem in de la. Waarin ze hem ‘papa’ noemt en zegt dat iedereen fouten maakt in het leven. Een brief waarin het lijkt dat ze hem vergeven heeft of wilt. Is het dan nodig om zo’n radicaal besluit te nemen? Misschien is het ook beter om hem steeds weer te zien. Om ervan overtuigt te raken dat het werkelijk nooit meer zal gebeuren. Om te leren dat mensen spijt kunnen hebben van hun daden. Zodat hij geen eng, dreigend figuur gaat worden, als ze hem na tijden weer eens tegen zal komen.

Wat wil ik nu het liefst?
Misschien is het beter dat we er een punt achter zetten. Gewoon omdat ik alle vertrouwen in hem ben kwijt geraakt. En is het wel zo handig om hem hier te houden met alle risico’s van dien? Ja, hij zegt wel dat het nooit meer zal gebeuren. Dat hij enorm spijt heeft en het verschrikkelijk vindt. Maar ja, dèstijds had ik hem ook niet zo ingeschat. Dacht ik ook dat hij de enige man was die zijn seksuele driften aardig in bedwang kon houden. Dat hij iemand was die trouw hoog in het vaandel had staan.. Maar ook dat bleek allemaal een illusie. Dus waarom zal dat nu anders zijn?

Wat wil ik nu het liefst?
Wat verschrikkelijk zal het zijn voor onze kindjes, als we uit elkaar moeten door zo’n ontiegelijk stomme fout! Was dat niet in hem op gekomen, toen het voorviel?! Dat hij heel wat op het spel zette? Niet alleen zijn eigen levensvreugd, maar ook dat van zijn eigen twee kleine onschuldige dochters?
Mijn oudste meiden hebben het al mee moeten maken. Een scheiding.. het is zo afschuwelijk! Moet ik dat mijn andere twee dan ook nog aan doen? Dat kan en mag toch niet?!

We zouden op vriendschappelijke basis verder kunnen gaan. Afzonderlijk van elkaar. Dat de kleintjes hem toch regelmatig blijven zien. Want wat zullen ze hem missen!

Misschien kan hij bij zijn moeder gaan wonen. Zij heeft een hoop volk en gezelligheid om zich heen. Hij zal zich minder eenzaam voelen dan… als we uit elkaar zullen gaan.
Of hij kan emigreren naar de rest van zijn familie. Dat is een droom van hem. Daar heeft hij altijd al willen wonen en voelt hij zich helemaal thuis. Tussen als zijn ooms, tantes, nichten en neven..

Wat wil ik nou het liefst?
Ik wil het beste voor mijn kinderen. Het beste voor iedereen!
Ik wil niemand ongelukkig maken. Niet nòg meer gebrokenheid in het leven van de kids..

Wat wil Ik?

24. Erbuiten gezet

Het hoge woord is eruit. Mijn dochter lijdt aan PTSS. En ik ben het ermee eens. Want Post Traumatisch is ze, na alles wat haar is aangedaan. Het kan niet anders dan dat ze er door beschadigd is. Misvormd is misschien.

Nu willen ze haar behandelen met EMDR. Ze zou alles moeten herbeleven. Resetten. Om het daarna een plekje te kunnen geven. Mooi..

Pfft… Ik moet er niet aan denken!! Dat ze terug ziet wat haar is overkomen. Dat ze weer voelt hoe het is om betast te worden op de meest intieme plaatsen. Ik huiver bij het schrijven hiervan en een misselijk makend gevoel overmand me. Rillingen over mijn lijf! Mìjn lijf, terwijl ik het niet eens zelf heb meegemaakt..

Maar ja, wat ìk nu voel en vind is helemaal niet belangrijk. Hoe vaak me dat al in het voorafgaande traject is verteld! Alles wat met mijn dochter wordt besproken zal strikt geheim blijven. Zonder mijn dochters toestemming zal er niets worden gedeeld met mij, haar moeder.De laatste keer dat me dat gezegd werd, was het alsof ik de ogen van de psycholoog samenzweerderig richting die van mijn dochter zag glijden. Alsof ik er buiten werd gezet. Ik tel niet meer. Ik ben máár haar moeder..

Het voelt alsof ik medeplichtig ben aan het leed dat haar is aangedaan. Alsof ik erin ben gefaald het alles te voorkomen. Daardoor geen recht meer heb op mijn dochter.

Maar ik weet ook dat ik niet laconiek ben geweest. Dat ik haar altijd heb gewaarschuwd voor de gevaren in het leven… de foute mannen.

Had ik het maar meteen door gehad! Was ik er maar meteen bij geweest. Hàd ik het maar kunnen voorkomen..

Mijn hart huilt. Is verscheurd. Ik wil mijn dochter beschermen. Dicht tegen me aandrukken en troosten. Maar ik ben er buiten gezet. De therapeut heeft het van me over genomen. Ik heb mijn dochter negen maanden onder mijn hart mogen dragen. Haar op de wereld gebracht. Haar aan mijn borst gehad. Op mijn schoot gekoesterd. De eerste stapjes leren te zetten. Haar voor het eerst naar school gebracht..

En nu… nu ze door het leven gebroken is. Nu ze me misschien wel het meest nodig heeft.. Nu wordt ze me afgenomen. Een ander zal het van me overnemen. Want mij is het niet gelukt haar ongeschonden groot te brengen.

Ik voel me er buiten gezet..

23. Verliefd

We waren beiden niet van plan om verliefd te worden. Zijn relatie was nog niet zo lang voorbij. En ik moest er niet aan denken me weer te binden aan een man. Tot nu toe had dat me niet veel goeds opgeleverd.

Toch vond ik het prettig om af en toe mijn verhaal kwijt te kunnen. Dan mailde ik hem. Met een beetje geluk kreeg ik de volgende dag alweer antwoord. Dat was best fijn. Want ik had verder geen tijd voor het sociale gebeuren. ’s Avonds moest ik thuis zijn bij de kids. En overdag moest er gewerkt worden. Was het niet voor mijn werkgever, dan was het wel in huis.

Op een dag stapten we over op MSN. Dan sprong ik achter de computer, zodra de meisjes op bed lagen. Soms duurde het even voor hij online kwam. Maar zodra hij er was, was hij één en al oor. Uren zaten we zo te babbelen. Ik deelde wat ik meemaakte met de kids. Grappige gebeurtenissen. Maar ook de drama’s uit het verleden. En hij luisterde. Gaf op z’n tijd een passende opmerking of een wijs advies.

En zo werd het een vanzelfsprekendheid. Een moment waar ik naar uitkeek. Als hij niet online kwam, miste ik hem. Stuurde ik hem een mail. Gewoon om mijn dag toch met hem te delen.

Op een dag wilde hij me ontmoeten. Niet meer via de computer, maar in het echt. We spraken af om een wandeling op de heide te maken. Op een tijd dat de meisjes nog op school zaten.

Die dag had het enorm gesneeuwd. Maar ik dacht er niet aan om de afspraak af te zeggen. Ondanks het weeralarm reed ik richting de afgesproken plek. Daar stond hij al op me te wachten. 

Eigenlijk heb ik niets met sneeuw en kou. Blijf ik het liefst binnen zitten met de verwarming hoog. Maar deze dag had ik het niet koud. We liepen over de heide. Door de sneeuw waren de paden onzichtbaar geworden. We kozen ons eigen pad. Dwars door alles heen.

We hadden enorm veel lol. We gooiden sneeuwballen en zeepten elkaar in met sneeuw. Ik voelde me weer jong en zorgeloos. Kon even alles vergeten wat er was gebeurd.Ik voelde me verliefd. Verliefd op dit fijne. Dit onbezorgde. Misschien zelfs wel op hem.

Algauw maakte hij kennis met de meisjes. Wat was hij begripvol, toen ze niet meteen enthousiast reageerden. ‘Ik begrijp dat het even vreemd voor jullie is. Maar ik beloof goed voor jullie moeder te zorgen.’ En dat stelde hen gerust. Stukje bij beetje leerden zij elkaar beter kennen. Was hij steeds vaker bij ons. En werd het normaal. Hij begon bij ons te horen en wij bij hem. 

Toen ik zwanger van hem bleek te zijn, was het wel even slikken. Hoe zouden de meisjes het vinden? Ik stelde het zo lang mogelijk uit om het hen te vertellen. Maar uiteindelijk moest het er toch van komen. 

We riepen de meisjes bij ons. ‘Mama verwacht een kindje,’ vertelde ik hen. Even was het stil. Daarna porde de oudste de jongste in de zij en riep: ‘Zie je nou wel! Ik zei het toch!’ Ze hadden al zo’n vermoeden. Dat maakte het een stuk makkelijker.

We besloten te trouwen. Ik vond het nog best eng. Maar het leek ons het beste voor de kids. Zo wisten ze waar ze aan toe waren. Dat het niet zomaar iets was.

Het werd een bescheiden bruiloft. We trouwden op een dag dat het kosteloos was op het gemeentehuis. Toen ik mijn ‘ja-woord’ gaf, voelde ik me blij en gelukkig. We waren weer compleet. Er was zelfs nieuw leven op komst. Een nieuwe mooie toekomst, met een liefdevolle man aan mijn zij. 

A dream come true?

Confronterend

Ik loop met mijn ziel onder mijn arm. Met wie zal ik nu kunnen praten? Ik wil graag even mijn verhaal kwijt, nadat ik net weer met de man van Slachtofferhulp heb gebeld. Het was een verhelderend gesprek. Ik had er echt wel wat aan. Samen de rechtszaak doorgesproken. De strafeis van de rechter.. Maar het is ook steeds weer zo confronterend. Op zo’n moment kan ik er echt niet meer om heen.

Er zijn weinig mensen die er van af weten. Het is ook niet makkelijk, zo’n onderwerp. Als je bus is gestolen, kan je daar met iedereen uitgebreid over brainstormen. Maar een zedendelict.. dat is toch wel even iets anders!

Volgende week is de uitspraak. Daar zal ik bij zijn, met mijn dochter. Het komt nu wel erg dichtbij. Ik heb mijn werk voor die dag al af kunnen zeggen. De oppas is ook geregeld. Mijn moeder zal die dag de kleintjes nemen. Mijn moeder. Natuurlijk! Ik zou best háár even kunnen bellen om mijn verhaal te doen.

Ik draai haar nummer. Het duurt een tijdje voor ze opneemt. Even ben ik bang dat ze al aan het avondeten zit. Maar dan neemt ze toch op.

‘Hoi ma! Met mij.’ Ik weet even niet hoe ik beginnen moet. Zal ik meteen zeggen dat ik met Slachtofferhulp heb gesproken? Hoe we alles hebben doorgesproken, ook vast voor volgende week. Hoe moeilijk ik het vind om er steeds weer mee geconfronteerd te worden. Maar ook gerechtigheid wil.

‘Ha! Waarvoor bel je?’ hoor ik aan de andere kant van de lijn. Ik besluit het gesprek langzaam die kant op te buigen: ‘Kunt u volgende week nog oppassen? U weet wel, wanneer we naar de rechtbank moeten voor de uitspraak..’ ‘Ja. Daar heb ik toch op gerekend?!’ zegt ze meteen.’Ja, nou ja, ik dacht misschien…’

‘Oh, moet je luisteren!’ onderbreekt ze me direct. Dan vertelt ze over de fysiotherapeut waar ze wekelijks een afspraak heeft. ‘Ik heb nu al twee keer gelopen.. je weet wel, met die stokken.. en het gaat best goed.. vandaag een dagje rustig aan gedaan.. Ik moet nu ook aan de Diclofenac.. Moet ik daar ook die maagbeschermers bij gebruiken? Ja, jij kan het weten.. Jij bent natuurlijk zuster!’ Een lach galmt door de telefoon.

Ik heb de mood niet om mee te lachen. ‘Tja..,’ laat ik klinken.

‘Ja, moet je weten.. je zwager moest natuurlijk ook naar de dokter. Hij is natuurlijk veel te dik! Moet nu lijnen voor zijn gezondheid. Ach, je weet wel hoe dat gaat, he?!’ Weer een lach.

‘Ja,’ doe ik kort en prik wat in het vlees dat voor me staat te pruttelen.’Wat sta je te doen?’ toont ze eindelijk interesse. ‘Gewoon, eten koken. Maar ik eh…’

‘Oh ja, nou ik heb het eten ook opstaan, hoor! Vind je zeker wel goed van je moeder?! Vorige week had ik echt zo’n baalweek… slecht gegeten, enzo.. Maar nu heb ik aardappels geschild. Doe ik dan wat doperwtjes bij…’ ‘Ja, ma, maar…!’ doe ik nog een laatste poging.

‘Goed!’ zegt ze dan: ‘Ga maar gauw met het eten verder! Ik hoor je nog wel een keer. Fijne avond!’ ‘Oke, mam,’ ik probeer de teleurstelling niet door te laten klinken: ‘Doeg ma.’ Maar de verbinding is al verbroken. Ik zucht. Als zelfs mijn moeder al geen tijd voor me heeft..

Ik loop met mijn ziel onder de arm.

22. Problemen

‘Problemen met je computer? Nou, ik wil er best eens naar kijken, hoor!’ zei de handige ICT-er behulpzaam. Ik kende hem nauwelijks. Een vriend van vrienden. Maar ja, wat moest ik? Zelf had ik geen verstand van dat ding. Hij liep op onverklaarbare wijze steeds vast. Best lastig. Ik had eigenlijk wel even iemand nodig die het op kon lossen. En als dit aanbod dan toch werd gedaan..‘Oke, wanneer lukt dat jou?’

Een week later stond hij al bij me op de stoep. Een vreemde gewaarwording. Een man in mijn huis! Voor het eerst. Wat zouden de meisjes daarvan zeggen, als ze thuis zouden komen uit school?

Hij was zelf ook gescheiden, wist ik. Maar totaal geen partij voor mij. Wel ontzettend aardig. Misschien wel tè aardig. Mijn type dus niet.

Toch vreemd. Het leek of ik een hele andere positie in het leven had verworven. Alsof er ‘beschikbaar’ op mijn voorhoofd was komen te staan. En zo deelde ikzelf de mannen nu ook in.

Mannen die al getrouwd waren, waren geen optie. Die vermeed ik. Bij de mannen die geen vrouw hadden, maakte ik onderscheid tussen de ‘levenslange vrijgezel’, ‘de gescheiden man’ of de ‘weduwnaar’. Voor de laatste had ik niets anders dan respect. Maar hij wist waarschijnlijk veel beter dan ik wat een goed huwelijk was en hoe verschrikkelijk de dood. Terwijl ik vaak had gehoopt dat de mijne ook niet lang zou leven. We zouden elkaar dus nooit begrijpen.

De gescheiden man. Tja, wie kon me de oorzaak van de scheiding vertellen? Als ik het van hem zou horen, was dat maar één kant van het verhaal. Misschien was hij wel net zo’n tiran als de man met wie ik had geleefd. Of was hij iemand die snel de handdoek in de ring gooide. Niet de moeite nam om zijn huwelijk nog te redden.

Dan was er nog de eeuwige vrijgezel. De levensgenieter. De uitbuiter. Alles uit het leven halen, wat erin zit. Eindeloos veel geld gespaard. Mooie vakanties gevierd. Maar ook nooit rekening hoeven houden met de ander. Geen compromissen hoeven sluiten. Dus waarschijnlijk lastig om mee te leven.

Uiteindelijk was er dan nog die ene grote liefde van vroeger. De man die telkens weer in mijn gedachten opdook. De man voor wie ik ooit geboren leek te zijn. Die naast me hoorde te leven. Maar zijn ja-woord aan een ander had gegeven, omdat hij niet wist dat ik nog altijd aan hem dacht. Zou er iemand zijn die hem nog kon overtreffen?

‘Wil je koffie? Of wil je meteen naar de computer kijken?’ vroeg ik de ICT-er, toen hij op de bank had plaatsgenomen. ‘Je woont hier leuk!’ complimenteerde hij me. Een brede glimlach om zijn mond. Hij leek geen haast te hebben. ‘Ik zal koffie zetten!’ besloot ik gauw en vloog de keuken in. Waar was ik aan begonnen?! Ik wilde geen man in mijn huis! Dit voelde zo vreemd. Ik wilde nóóit meer een man! Er zou niemand meer bij me passen. En meneer de ICT-er moest ook maar zo snel mogelijk weer verdwenen zijn.

Zodra ik de koffiekopjes op de salontafel had gezet, zette ik de pc aan. Dit moest zo snel mogelijk geregeld worden. Ik zag hem ongeïnteresseerd naar het beeldscherm staren. Alsof hij helemaal geen zin had om er iets aan te doen. Even later tikte hij wat op de toetsen, zuchtte en steunde. ‘Dit kan lang gaan duren,’ waarschuwde hij me. Nee!

Ik gooide ik het over een andere boeg. ‘Weet je, laat gewoon maar zitten,’ deed ik bereidwillig: ‘jij zal zelf ook je bezigheden wel hebben.’ ‘Nee, hoor, dat valt mee!’ onderbrak hij me. Hij gooide zijn rug tegen de leuning, zijn armen achter zijn hoofd. Hij had de tijd. Pfft.. Ik moest snel denken nu. Hoe kreeg ik hem toch op een nette manier de deur uit? 

‘Maar ik wil vanmiddag nog uit met de meisjes.’ Hij keek alsof hij me niet volgen kon. Ik kwam vast niet overtuigend over. ‘.. naar Omniversum!’ verzon ik direct: ‘Daar willen ze al tijden heen!’ Ik wierp hem een verontschuldigend lachje toe. 

‘Leuk!’ zei hij en er gleed een brede grijns over zijn gezicht: ‘Dat wil ik ook al een tijdje! Ga ik toch gezellig met jullie mee?!’

Dipje 

Er zijn van die dagen dat ik het echt niet meer weet. Niet weet hoe het ooit nog goed moet komen. Niet weet hoe het verder moet.

Dan loop ik door het huis te dralen. Moet vanalles doen, maar komt er niets uit mijn handen. Het ene moment spreek ik mezelf toe en zeg dat ik gewoon èrgens moet beginnen, maar vervolgens plof ik op de bank om voor me uit te staren.

Het huis schreeuwt om aandacht. Er moet gestoft en gezogen. Maar ik kan me er niet toe zetten.

De kinderen spelen om me heen. Rennen, springen en tieren. Maar ik stoor me er niet aan. 
Af en toe komen ze wat vragen. Het dringt niet tot me door. Ik geef ze het meest bevredigende antwoord wat ik verzinnen kan en hoop dat ze ermee tevreden zijn. Zodat ze weer verder kunnen met hun spel.

Voor de buitenwereld ziet het er allemaal prima uit. Mijn huis is geen bende. Natuurlijk niet spik en span, maar dat verwacht je ook niet van een gezin met nog twee van die kleintjes. 

Ik doe mijn werk met plezier. Toon hier en daar interesse in mijn medemens. Maar van binnen ben ik er niet bij. 

Van binnen ben ik op zoek. Op zoek naar mezelf. Op zoek naar een beter leven. Een leven vol liefde en vreugde. Gewoon dat kleine beetje dat ik nu nog zo mis..