Heimwee

Het is weekend. Iedereen thuis. Ik zit op de bank. Mijn ogen gericht op het handwerk op mijn schoot. Maar in mijn gedachte ben ik er niet bij. Herzie ik steeds de beelden. Weergaven, uit vervlogen tijden. Van twee jonge, blijmoedige mensen. Foto’s van vroeger, van ons, die jij zomaar naar me appte. Sindsdien niet meer uit mijn hoofd te bannen.

Voorzichtig pak ik weer mijn telefoon. Stiekem. Niemand mag het zien. Want hoe zou ik ooit uit kunnen leggen hoe ik ineens aan al deze plaatjes kom?! Foto’s, waarvan zelfs ìk het bestaan niet wist.

Ik open het venster. Dan zie ik mezelf, van zo’n vijfentwintig jaar terug. Een rimpelloze huid, slank postuur, wilde haren. Stralend en gelukkig. Alsof onze liefde eindeloos was.

Ik zie ons samen. Mijn gestalte, staande, in jouw sterke armen. En tegenover je zittend, in een restaurant. Diep starend in elkaars ogen. Alsof we alles uit het moment wilden halen.

Ik zie hoe mijn jonge versie op een heuvel ligt. Languit, in het gras. In de verte, in het dal, ligt de stad. En op de voorgrond is nog net een schoen te zien. Het verraadt jouw aanwezigheid. Maar de blik in mijn ogen zegt ook al genoeg. De verliefdheid is er duidelijk vanaf te lezen.

Ik zie mijn jeugdige gedaante zitten, op het voeteneind van een hotelbed. Mijn armen losjes over mijn schoot. Een uitdagende lach om mijn mond. Ik stel me voor hoe jij daar moet hebben gehurkt. Vlak voor me. Zorgvuldig zoekend, om de foto vanuit de juiste hoek te nemen.

Heimwee. Ik word overmand door heimwee. Konden we maar teruggaan in de tijd! Nog éénmaal intens genieten van elkaar.

Ineens hoor ik op de achtergrond hoe dochterlief fragmenten van Mama Mia beluisterd. De film, waar ik zoveel in herken. ‘I don’t wanna talk..’ klinkt het door de kamer. In stilte zing ik mee. Even overweeg ik zelfs om dit lied naar jou te sturen. Als antwoord op jouw foto’s.

Want, zo was het! Zo voelde het! Toen ik ontdekte dat je de moed had opgegeven. Toen ik hoorde dat je het wachten moe was. Toen ik begreep dat je in een andere relatie was gestapt.

Spijt. Ik voel enorm veel spijt. Dat ik je geduld zo op de proef heb gesteld. Je alleen heb gelaten. Verloren en vertwijfeld. Dat ik je zomaar heb laten gaan.

Had ik toen maar gezien wat ik nu zie. Ware liefde. Die speciale chemie tussen twee mensen. Twee schepselen, die voor elkaar gemaakt zijn.

Wat zou ik graag nog nieuwe herinneringen met je maken. Even weer compleet met je zijn. Om nooit meer te vergeten hoe het was. Om je nooit meer los laten. En de rest van ons leven de liefde te vieren.

Advertenties

Loyaliteit

Eigenlijk is loyaliteit iets heel moois. Iets heel bijzonders. Zomaar geschonken. Er ingeschapen. Iets, waar een kind niets aan hoeft te doen. Het is er gewoon: loyaliteit, tegenover de ouders.

Het doet me denken aan een trouwe hond. Je kunt hem verwaarlozen. Hardhandig aanpakken. Slaan of schoppen. Maar, zodra je hem weer vriendelijk aankijkt, komt hij weer blij, kwispelend op je af.

Zo mooi, maar ook zo triest!

Een vader kan het zich zo dus permitteren om zijn kinderen jarenlang niet te zien. Ze financieel te verwaarlozen. Ze zelfs zwart te maken tegenover anderen. Maar zodra hij weer eens lief naar ze lacht, komen zijn kinderen weer blij naar hem toe.

Alles lijkt ineens vergeten. Hoe hij de kids harteloos blokkeerde op Whatsapp. Hoe hij op zijn bruiloft zijn vrienden verkoos, bóven zijn eigen dochters. Hoe hij zijn eigen comfort belangrijker vond dan dat van zijn meisjes. Alles vergeten en vergeven.

Loyaliteit. Prachtig! Maar ook iets engs. Zoiets als liefde, die blind maakt. De fouten worden niet gezien. Of wíllen ze niet zien. Vooral genieten van het mooie wat er is. En niet verder kijken.

Het doet me pijn en verward me. Want, als hij ècht zo’n goede vader was, was ik toch nooit bij hem vertrokken?! Als hij echt zo’n zorgzame papa was, hadden we het toch nooit zo zwaar hoeven hebben?! Of zou hij nu werkelijk veranderd zijn? Had ik het dan toch nóg langer vol moeten houden en moeten wachten op deze omslag in zijn leven?

Ik weet het niet. De tijd zal het leren. Elke keer weer. Net als al die voorgaande keren, dat ze weer even contact hadden. Tot hij het weer verbrak. We wachten af..