Slachtofferhulp (1)

Het was een hele gewone dag. Een simpele maandag. Ik haalde de kinderen van school. En daarna stelde ik voor om samen even naar de Action te gaan. Heel gewoon. Zoals we dat wel vaker deden.

We liepen daar, in de drukte. Zoals dat veel voorkomend is in de Action. Eigenlijk hadden we niets nodig, maar wilden wel vanalles. En net toen ik me bedacht waar ik nu eigenlijk aan begonnen was, klonk vanuit mijn tas dat bekende deuntje. Mijn telefoon! Ik ritste snel mijn tas open en greep naar m’n mobiel. Maar het was al te laat. ‘3 gemiste oproepen’ stond er in het display. Iets belangrijks dus?!

Snel checkte ik het nummer. Het bleek niet van één van mijn contacten. Dus besloot ik me weer te focussen op mijn shoppende meisjes. Maar toen kreeg ik een sms-bericht met de boodschap dat mijn voicemail was ingesproken.

De hardnekkige beller maakte me nieuwsgierig. Dus besloot ik daar, strak tegen één van de schappen en tussen al het winkelend publiek, het bericht toch even snel te beluisteren. Ik prikte mijn vingertop in mijn vrije oor en sloot mijn ogen.

‘Goedemiddag mevrouw…’ Ik hoorde mijn naam noemen door een onbekende stem. ‘U moet niet schrikken, maar wij van de politie zoeken contact met u. Kunt u, zodra u daar toe gelegenheid hebt, ons bellen op het volgende nummer…’

Oke. Ik moest dus niet schrikken, maar inmiddels zat ik bijna onder de schappen. Natúúrlijk schrok ik me rot! Ik had me nog nooit zó ongerust gevoeld in deze winkel.

Ik wilde naar buiten. Zo snel mogelijk terug bellen. Maar inmiddels liepen mijn dochters overal verspreid. Ik keek snel om me heen. Taxeerde de drukte en de plek waar ik stond. En besloot toen dat ik best nòg een telefoongesprek kon voeren hier. Dus toetste ik het opgegeven nummer in.

‘Hallo. U heeft zojuist mijn voicemail ingesproken,’ zei ik, zodra er werd opgenomen. ‘Mooi dat u zo snel kon terugbellen, mevrouw,’ zei de man. Ik slikte en hield mijn adem in. ‘Er is niets ernstigs gebeurd, hoor, maar we zijn van de zedenpolitie. En willen u graag even spreken in verband met een lopend onderzoek. Kan dat?’ ‘Ja, hoor,’ deed ik gelaten, terwijl mijn hart mijn binnenste uit leek te stuiteren: ‘zeg het maar..’ Ik zette me schrap.

‘Nee, we willen eigenlijk daarvoor bij u langs komen. Is dat mogelijk? Schikt het morgenochtend bijvoorbeeld?’ Ik probeerde snel te bedenken of ik dan al iets in de planning had. Maar meteen bedacht ik me dat er niets belangrijker kon zijn dan dit. ‘Prima!’ antwoordde ik quasi laconiek. ‘Goed, dan zien we elkaar morgen. Elf uur. We komen in burger en we zijn met z’n tweeën.’ ‘Is goed, hoor!’ probeerde ik luchtig te laten klinken. En na een formeel afscheid, stopte ik gespannen mijn telefoon weer weg.

Even keek ik om me heen. Het was alsof ik zojuist, vanaf een andere planeet, midden in de winkel was beland. Verward. Verstrooid. Gedesoriënteerd.

Maar toen kwam mijn dochter naast me staan: ‘Mam, wie was dat?’ Ik haalde mijn schouders op en zei: ‘Geen idee!’ Vlug draaide ik me om en vroeg waar de anderen waren. Ik wilde mijn meisjes niet belasten met mijn angsten en vragen.

Algauw waren we weer compleet. Ik had geen zin meer om de rest van de winkel door te struinen. Ik wilde naar huis. Alleen zijn. En even laten bezinken en overdenken. Wat stond me te wachten? Wat hing er boven ons hoofd?

Morgen zouden we het weten. Morgen al. Nog maar één nachtje slapen, zou ik tegen de kinderen zeggen. Maar nog nooit heeft ‘één nachtje’ zo lang geduurd!

Advertenties

5 gedachtes over “Slachtofferhulp (1)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s