Gevangen

Een pedofiel is iemand die je alleen in het nieuws tegen komt. Zo’n zielig mannetje, die nergens meer kan wonen. Want niemand wil hem in de buurt.

Een pedofiel herken je meteen. Het is een eigenheimer. Op zichzelf. Zo’n vaag figuur, die haast nooit buiten komt. Een einzelgänger, die je niet snel tegen zult komen.

Dacht ik..

Maar nu weet ik wel beter. Nu weet ik dat een pedofiel veel dichterbij kan zijn, dan je denkt. Dan je hoopt. Dan je wilt. En dat hij niet is te herkennen aan zijn uiterlijk, zijn gedrag of aan zijn leven.

Het kan dus, gewoon, die ene nette vriend zijn. Getrouwd en zelfs vader van kinderen. En hij kan zich dus, zomaar, vergrijpen aan je dochter. Ongestoord. Zonder dat je het door hebt. Omdat jij hem vertrouwt. En hij bewust kiest voor je kleine meisje, die nog niets vertellen kan. Die niet tegenstribbelt, omdat ze niet begrijpt wat er gebeurd.

Niet alleen zij is slachtoffer van deze misselijke daad. Maar ook ik voel me dat. Omdat hij, in míjn huis, aan míjn kind heeft gezeten.

Terwijl hij nu netjes vast zit in een cel, moeten wij leren leven met de wetenschap van wat hij heeft gedaan. En er verder over zwijgen, omdat zelfs zo’n schoft nog recht heeft op wat privacy. Nog recht heeft op een goed leven.

Als je een zwaar ongeluk hebt gehad, dan kun je daar over praten. Als je ernstig ziek bent, vertel je dat gewoon. Als je littekens hebt, kunnen mensen dat zien. Maar slachtoffers van zedendelicten zitten gevangen. Want zeden-misdaden, daar praat je niet over. Dat is te intiem.

En als de dader straks weer vrij rond loopt, zitten de slachtoffers nog altijd gevangen. Vast in hun emoties. Pijn, onmacht en frustratie. Want, terwijl de dader al heel vaak is verhoord en wederhoord, is het slachtoffer vaak nog nooit echt gehoord.

Advertenties

Slachtofferhulp (2)

‘Wilt u koffie?’ vroeg ik, zodra de man en de vrouw plaats hadden genomen op de bank. ‘Nee, hoor,’ zei de man. Hij keek ernstig. ‘Gaat u eerst zelf ook maar even zitten,’ stelde hij voor.

Ik had graag nog even aan het idee willen wennen, dat de zedenpolitie op míjn bank zat. Even acclimatiseren, onder het zetten van een pot koffie. Maar, gedwee, nam ik plaats op de stoel tegenover hen.

De vrouw glimlachte geruststellend, terwijl de man het woord nam. ‘We hebben u gisteren dus gebeld. Heeft u enig idee waarvoor we komen?’ Stilletjes vroeg ik me af of hiermee de eerste stap van dit onderzoek was gezet.

‘Geen idee!’ gaf ik toe. Natuurlijk had ik, sinds het desbetreffende telefoontje, alleen maar lopen gissen. Het kon de vader van de oudste meisjes zijn. Of, misschien wel, die van de jongste twee. Of moest ik het verder zoeken? Ergens in de vriendenkring?

‘Het gaat namelijk over de heer.. ‘ en toen klonk de naam van een vroegere vriend. Iemand, die ik al jaren niet meer had gezien. Totaal uit het oog verloren.

Ik kende hem vanuit mijn vorig huwelijk. Toen ik nog getrouwd was, met de vader van de oudste meisjes. De mannen waren vrienden. En ik kon aardig overweg met zijn vrouw. Het stel kreeg ook twee dochters. Van dezelfde leeftijd als de onze. We werden steeds hechter. Zo close zelfs, dat ze eens zes weken in ons huis hebben gewoond.

Niet zomaar. Het was een win-win situatie. Zij stonden op het punt van verhuizen. Van de grote stad naar ons dorp. En ik zat verstrikt in een ernstige depressie. Veroorzaakt door mijn huwelijk, met een narcistische man. Mijn therapeut had me geadviseerd een aantal weken op adem te komen. Ergens in een rustoord. Maar dat zag ik niet zitten. Alléén, als ik zeker zou weten dat er goed werd gezorgd voor mijn twee meisjes, van toen twee en vier. Het stel wilde die taak wel op zich nemen. Dan konden ze tegelijk vast wennen aan ons dorp. En de avonden klussen in hun nieuwe huis.

Vóór mijn vertrek toverde ik de zolder om tot een heuse woonetage. Daar konden ze zolang hun intrek nemen. Ik regelde verder iemand voor de was, de strijk en het uitlaten van de hond. De vaders konden, zodoende, gewoon doorgaan met hun werk. En ik kon, met een gerust hart, de boel achterlaten. De meisjes zouden me nauwelijks missen.

Over deze man ging het dus. De man, van dit stel. Dat tijdelijk bij ons in huis heeft gewoond. Voor onze kinderen heeft gezorgd. ‘Ja, die ken ik wel,’ gaf ik toe: ‘Maar, sinds mijn scheiding, is dat contact compleet verwaterd.’ ‘Hij zit in detentie..’ gooide de man eruit. In detentie? Waar was het mis gegaan met hem? ‘In verband met incest,’ voegde de man er iets voorzichtiger aan toe. ‘Oh?!’ Wat gruwelijk! Hoe kon het gebeuren? Waarom had ik nooit iets gemerkt? Arme meisjes!

‘Maar nu..’ de man keek me aan, alsof hij mijn volledige aandacht nodig had. Ik rechtte mijn rug en luisterde aandachtig. ‘Nu heeft hij, tijdens het verhoor, nóg een bekentenis afgelegd. Iets, waarmee we behoorlijk in onze maag zitten. We hebben de officier van justitie gevraagd wat we ermee aan moesten. En hij heeft ons opgedragen ermee naar jullie toe te gaan.’

‘Oke,’ knikte ik. Maar ik had geen idee waar hij naartoe wilde met zijn verhaal. ‘Kunt u me volgen?’ hoorde ik de man vragen. De vrouw zat nog altijd zwijgzaam naast hem. Haar ogen, continu, op mij gericht. ‘Ja, ik denk het wel..’ deed ik twijfelachtig. Dus hervatte hij zijn relaas: ‘Meneer wilde, na al die jaren, eindelijk alles eruit gooien. Volledig schoon schip maken. Dus heeft hij alles opgebiecht. Werkelijk alles. En dus..’ Ik schoof naar het puntje van mijn stoel. Me bewust dat nu het moment was aangebroken.

‘Zo heeft hij, tijdens het verhoor, verteld dat hij niet alleen zijn eigen dochters heeft misbruikt. Maar.. ook een dochter van u.’ Met grote ogen keek ik van de man naar de vrouw. ‘Wie van de twee?’ wilde ik weten. ‘Het is gebeurd toen hij, met zijn gezin, een tijdje bij jullie heeft gewoond,’ legde hij verder uit: ‘Het gaat om de jongste van destijds.‘ ‘Walgelijk! Wat ziek!’ riep ik.

Ongeloof, afschuw en boosheid volgden elkaar in rap tempo op. Hoe kon een vent zich vergrijpen aan een onschuldig kind van twee?! Wrok en duizenden vragen. Waarom? Hoe had het kunnen gebeuren?! Waarom ben ik er zelf niet achter gekomen?

‘Had u dit verwacht?’ vroeg de man na een tijdje. ‘Nee,’ zuchtte ik. Maar opeens vielen er heel veel puzzelstukjes op z’n plaats.

Ik begreep nu waarom het zolang duurde, voor mijn dochter zindelijk werd. Ik begreep eindelijk, waarvoor ze al die nare onderzoeken moest ondergaan. Waarom ik, jaren achterelkaar, ziekenhuis in en ziekenhuis uit heb gelopen met haar. Hoe het kwam dat de sessies bij de fysiotherapeut op niets uitliepen. Waarom ik dóór werd gestuurd naar een orthopedagoog. En deze algauw speltherapie voorstelde. Hoe het kwam dat, daarna, seksueel misbruik niet bevestigd kon worden nòch uitgesloten.

Eindelijk kreeg ik antwoord op al deze vragen. Maar het antwoord was een verschrikking. Een nachtmerrie, die ik nooit had gewild.

Slachtofferhulp (1)

Het was een hele gewone dag. Een maandag. Ik haalde de kids van school. En daarna stelde ik voor om samen even naar de Action te gaan. Heel gewoon. Zoals we dat wel vaker deden.

We liepen daar, in de drukte. Zoals dat gewoon is in de Action. Eigenlijk hadden we niets nodig, maar wilden vanalles. En net toen ik me bedacht waar ik nu eigenlijk aan begonnen was, klonk vanuit mijn tas dat bekende deuntje. Mijn telefoon. Ik ritste snel mijn tas open, greep naar m’n mobiel. Maar was al te laat. ‘3 gemiste oproepen’ stond er in het scherm. Iets belangrijks dus?!

Snel checkte ik het nummer. Het bleek niet van één van mijn contacten. Dus besloot ik me weer te focussen op mijn shoppende meisjes. Maar toen kreeg ik bericht dat mijn voicemail was ingesproken.

De hardnekkige beller maakte me nieuwsgierig. Dus besloot ik, daar, strak tegen één van de schappen en tussen het winkelend publiek, het bericht toch even te beluisteren. Ik prikte mijn vingertop in mijn vrije oor en sloot mijn ogen.

‘Goedemiddag mevrouw…’ Ik hoorde mijn naam noemen, door een onbekende stem. ‘U moet niet schrikken, maar de politie zoekt contact met u. Kunt u, zodra u daar toe in de gelegenheid bent, ons bellen op het volgende nummer…’

Oke. Ik moest niet schrikken werd er gezegd. Maar inmiddels zat ik bijna ìn de schappen. Natúúrlijk schrok ik me rot! Ik had me nog nooit zó oncomfortabel gevoeld in deze winkel.

Ik wilde naar buiten. Zo snel mogelijk terug bellen. Maar inmiddels liepen mijn dochters overal verspreid. Ik keek snel om me heen. Taxeerde de drukte en de plek waar ik stond. En besloot toen dat ik best nòg een telefoongesprek kon voeren hier. Dus toetste ik het opgegeven nummer in.

‘Hallo. U heeft zojuist mijn voicemail ingesproken,’ zei ik, zodra er werd opgenomen. ‘Mooi dat u zo snel kon terugbellen, mevrouw,’ zei de man. Ik slikte en hield mijn adem in. ‘Er is niets ernstigs gebeurd, hoor, maar we zijn van de zedenpolitie. En willen u graag even spreken in verband met een lopend onderzoek. Kan dat?’ ‘Ja, hoor,’ deed ik gelaten, terwijl mijn hart mijn binnenste uit leek te stuiteren: ‘zeg het maar..’ Ik zette me schrap.

‘Nee, we willen eigenlijk daarvoor bij u langs komen. Is dat mogelijk? Schikt het morgenochtend bijvoorbeeld?’ Ik probeerde snel te bedenken of ik dan al iets in de planning had. Maar meteen bedacht ik me dat er niets belangrijker kon zijn dan dit. ‘Prima!’ antwoordde ik. ‘Goed, dan zien we elkaar morgen. Elf uur. We komen in burger en we zijn met z’n tweeën.’ ‘Is goed, hoor!’ probeerde ik luchtig te laten klinken. En na een formeel afscheid, stopte ik gespannen mijn telefoon weer weg.

Even keek om me heen. Het was alsof ik zojuist, vanaf een andere planeet, midden in de winkel was beland. Verward. Verstrooid. Gedesoriënteerd.

Maar toen kwam mijn dochter naast me staan: ‘Mam, wie was dat?’ Ik haalde mijn schouders op en zei: ‘Geen idee!’ Vlug draaide ik me om en vroeg waar de anderen waren. Ik wilde mijn meisjes niet belasten met mijn angsten en vragen.

Algauw waren we weer compleet. Ik had geen zin meer om de rest van de winkel door te struinen. Ik wilde naar huis. Alleen zijn. En even laten bezinken en overdenken. Wat stond me te wachten? Wat hing er boven ons hoofd?

Morgen zouden we het weten. Morgen al. Nog maar één nachtje slapen, zou ik tegen de kinderen zeggen. Maar nog nooit heeft ‘één nachtje’ zo lang geduurd!

34. In vertrouwen

‘Het is teveel. Te gecompliceerd. Te zwaar om alleen te dragen,’ waren de woorden van de man op het scherm. We staarden alledrie naar het beeld. Onze therapeut, de vader van de jongste twee en ik. We knikten en wachtten op zijn oplossing.

Onze therapeut had de raad ingeroepen van haar collega. Ze had mijn vertrouwde therapeut van vroeger gevraagd eens mee te denken. Hij was betrokken geweest bij mijn vorige relatie. Had mij destijds door de scheiding geholpen van de vader van de oudste meisjes, die narcistisch was.

Nu hadden we een Skype-sessie met hem. Hij woonde te ver weg om persoonlijk deel te nemen aan het gesprek. Maar de boodschap was over gekomen en zijn conclusie duidelijk.

Teveel. Te zwaar. Te gecompliceerd. Hoe nu verder? ‘Jullie moeten dit niet langer geheim blijven houden. Ga ermee naar mensen, die je in vertrouwen durft te nemen. Praat erover en hoor hun visie aan. Alleen het delen ervan zal al verlichting kunnen geven.’

We spraken af met wie we zouden praten. Het moest in elk geval iemand van beide families zijn. Mijn moeder? Moesten we haar hier nou wel mee belasten? Zijn moeder? Hetzelfde verhaal. Zijn zussen? Mijn zussen?

‘Spreek van te voren af dat je iets te vertellen hebt, maar geen oplossing van hen verwacht,’ was zijn raad. En daarmee zouden we eindelijk het geheim doorbreken.

Het voelde eigenlijk wel prettig. Eindelijk praten over hetgeen me al die jaren al bezig houdt. Eindelijk kunnen uitleggen dat mijn leven helemaal niet zo rooskleurig is als het er uitzag. Niet langer op mijn tenen hoeven lopen om de schijn op te houden.

We spraken af dat ik eerst mijn moeder zou inlichten. En hij zijn zus, omdat het contact met zijn moeder, zonder aanwijsbare reden, op een erg laag pitje was komen te staan. Met deze twee mensen hadden we dan een start gemaakt en konden we zien wat het uit zou werken.

Met de dag werden mijn verwachtingen sterker. Ik hoopte dat mijn moeder en schoonzus toch hun afschuw over het misbruik uit durfden spreken. Dat ze me zouden steunen en me in de gelegenheid zouden stellen mijn plan te trekken. Bereid zouden zijn me eventueel financieel te ondersteunen.

‘Mam, ik moet wat vertellen.. Ik vind het echt heel rot om te zeggen. Maar ik loop er al jaren mee..’ Die ochtend zat ik bij haar aan de keukentafel. Ik voelde hoe mijn lijf begon te trillen. Ik had mijn emoties niet meer onder bedwang en begon te huilen. Tranen biggelden over mijn wangen en even was ik niet in staat om verder te praten..

‘Weet u..,’ snikte ik even later verder. En toen vertelde ik over de dag dat de school van mijn dochter belde. Over het gesprek dat volgde met mijn dochter. Over het misbruik dat had plaatsgevonden. Over de therapiesessies en het wantrouwen. Ik gooide alles eruit. Mijn moeder zuchtte tussen de regels door en haar gezicht stond ernstig.

‘Wat verschrikkelijk voor jullie!’ zei ze uiteindelijk: ‘en nu?’ ‘Mam, ik weet het werkelijk niet! Ik zou niet weten hoe het verder moet..’ ‘Meisje, je verhaal is hier in elk geval in vertrouwde handen. Ik zal er met niemand over praten. Ik durf zelfs je zussen niet in te lichten hierover,’ zei ze uiteindelijk.

‘Enneh.. praat er verder maar met niemand over. Daar heb je toch niets aan.’

Dat bleek wel weer..

Stilte 

Stilte. Ik verlang naar volkomen stilte. En in die stilte, wil ik voelen. Echt voelen. Intens het gevoel binnen laten van pijn, gebrokenheid. Maar ook van liefde.

Het lijkt alsof er geen plaats meer is voor gevoelens. Het leven lijkt meer op een computerspel. Met steeds weer nieuwe hindernissen. Steeds weer een hoger level. Ik spring en buk en kruip er doorheen. Steeds meer punten, met verlies van steeds meer levens. Waar houdt het op? Bij welk level zal het ‘game-over’ zijn?

Ik wil leven. Echt leven. Intens leven. Voelen waar ik mee bezig ben. Niet gedachteloos doorgaan. Me laten overspoelen, met als enig doel het hoofd boven water houden. Ik wil niet stikken. Maar de golven trotseren. Berekenen. Zien rollen. Op me af zien komen. En springen op het juiste moment.

Ik wil op adem komen. Rustig bijkomen, voordat de volgende slag geslagen moet worden. Op kracht komen om het alles weer te kunnen doorstaan. Om te leren. Te triomferen. Mijn neus in de lucht. Een glimlach op mijn gezicht. Het gevoel van moed en dapperheid. Het gevoel van leven!

Ik wil geen robot meer zijn..

25. Het liefst

“En wat zou jij nu het liefst willen?” vroeg mijn therapeut. Sindsdien laat die vraag me niet meer los.
Het liefst? Alles terug draaien en uit de tijd wissen. Dat wil ik het liefst…maar is onmogelijk.

Wat dan?
Kan dat dan echt niet? Of gewoon een mogelijkheid zoeken om het voorval te bagatelliseren? Dat het eigenlijk niet zo erg is als het lijkt? Maar daar zou ik iedereen, inclusief mijn eigen pijn, tekort mee doen. Want het is wèl heel-walgelijk-erg en had nooit mogen gebeuren!
Ik zou er háár mee afvallen. Geen goede moeder zijn. En ik zou er het hèm veel te makkelijk mee maken.

Wat wil ik nu het liefst?
Ik voel me uiteen gescheurd. Een deel van me zegt dat ik hem moet verlaten, om mijn dochter zoveel mogelijk tegemoet te komen. Nu wordt ze telkens weer met hem geconfronteerd en dat moet onverdraagzaam zijn.
Maar dan denk ik aan haar lieve briefje bij hem in de la. Waarin ze hem ‘papa’ noemt en zegt dat iedereen fouten maakt in het leven. Een brief waarin het lijkt dat ze hem vergeven heeft of wilt. Is het dan nodig om zo’n radicaal besluit te nemen? Misschien is het ook beter om hem steeds weer te zien. Om ervan overtuigt te raken dat het werkelijk nooit meer zal gebeuren. Om te leren dat mensen spijt kunnen hebben van hun daden. Zodat hij geen eng, dreigend figuur gaat worden, als ze hem na tijden weer eens tegen zal komen.

Wat wil ik nu het liefst?
Misschien is het beter dat we er een punt achter zetten. Gewoon omdat ik alle vertrouwen in hem ben kwijt geraakt. En is het wel zo handig om hem hier te houden met alle risico’s van dien? Ja, hij zegt wel dat het nooit meer zal gebeuren. Dat hij enorm spijt heeft en het verschrikkelijk vindt. Maar ja, dèstijds had ik hem ook niet zo ingeschat. Dacht ik ook dat hij de enige man was die zijn seksuele driften aardig in bedwang kon houden. Dat hij iemand was die trouw hoog in het vaandel had staan.. Maar ook dat bleek allemaal een illusie. Dus waarom zal dat nu anders zijn?

Wat wil ik nu het liefst?
Wat verschrikkelijk zal het zijn voor onze kindjes, als we uit elkaar moeten door zo’n ontiegelijk stomme fout! Was dat niet in hem op gekomen, toen het voorviel?! Dat hij heel wat op het spel zette? Niet alleen zijn eigen levensvreugd, maar ook dat van zijn eigen twee kleine onschuldige dochters?
Mijn oudste meiden hebben het al mee moeten maken. Een scheiding.. het is zo afschuwelijk! Moet ik dat mijn andere twee dan ook nog aan doen? Dat kan en mag toch niet?!

We zouden op vriendschappelijke basis verder kunnen gaan. Afzonderlijk van elkaar. Dat de kleintjes hem toch regelmatig blijven zien. Want wat zullen ze hem missen!

Misschien kan hij bij zijn moeder gaan wonen. Zij heeft een hoop volk en gezelligheid om zich heen. Hij zal zich minder eenzaam voelen dan… als we uit elkaar zullen gaan.
Of hij kan emigreren naar de rest van zijn familie. Dat is een droom van hem. Daar heeft hij altijd al willen wonen en voelt hij zich helemaal thuis. Tussen als zijn ooms, tantes, nichten en neven..

Wat wil ik nou het liefst?
Ik wil het beste voor mijn kinderen. Het beste voor iedereen!
Ik wil niemand ongelukkig maken. Niet nòg meer gebrokenheid in het leven van de kids..

Wat wil Ik?

24. Erbuiten gezet

Het hoge woord is eruit. Mijn dochter lijdt aan PTSS. En ik ben het ermee eens. Want Post Traumatisch is ze, na alles wat haar is aangedaan. Het kan niet anders dan dat ze er door beschadigd is. Misvormd is misschien.

Nu willen ze haar behandelen met EMDR. Ze zou alles moeten herbeleven. Resetten. Om het daarna een plekje te kunnen geven. Mooi..

Pfft… Ik moet er niet aan denken!! Dat ze terug ziet wat haar is overkomen. Dat ze weer voelt hoe het is om betast te worden op de meest intieme plaatsen. Ik huiver bij het schrijven hiervan en een misselijk makend gevoel overmand me. Rillingen over mijn lijf! Mìjn lijf, terwijl ik het niet eens zelf heb meegemaakt..

Maar ja, wat ìk nu voel en vind is helemaal niet belangrijk. Hoe vaak me dat al in het voorafgaande traject is verteld! Alles wat met mijn dochter wordt besproken zal strikt geheim blijven. Zonder mijn dochters toestemming zal er niets worden gedeeld met mij, haar moeder.De laatste keer dat me dat gezegd werd, was het alsof ik de ogen van de psycholoog samenzweerderig richting die van mijn dochter zag glijden. Alsof ik er buiten werd gezet. Ik tel niet meer. Ik ben máár haar moeder..

Het voelt alsof ik medeplichtig ben aan het leed dat haar is aangedaan. Alsof ik erin ben gefaald het alles te voorkomen. Daardoor geen recht meer heb op mijn dochter.

Maar ik weet ook dat ik niet laconiek ben geweest. Dat ik haar altijd heb gewaarschuwd voor de gevaren in het leven… de foute mannen.

Had ik het maar meteen door gehad! Was ik er maar meteen bij geweest. Hàd ik het maar kunnen voorkomen..

Mijn hart huilt. Is verscheurd. Ik wil mijn dochter beschermen. Dicht tegen me aandrukken en troosten. Maar ik ben er buiten gezet. De therapeut heeft het van me over genomen. Ik heb mijn dochter negen maanden onder mijn hart mogen dragen. Haar op de wereld gebracht. Haar aan mijn borst gehad. Op mijn schoot gekoesterd. De eerste stapjes leren te zetten. Haar voor het eerst naar school gebracht..

En nu… nu ze door het leven gebroken is. Nu ze me misschien wel het meest nodig heeft.. Nu wordt ze me afgenomen. Een ander zal het van me overnemen. Want mij is het niet gelukt haar ongeschonden groot te brengen.

Ik voel me er buiten gezet..

Confronterend

Ik loop met mijn ziel onder mijn arm. Met wie zal ik nu kunnen praten? Ik wil graag even mijn verhaal kwijt, nadat ik net weer met de man van Slachtofferhulp heb gebeld. Het was een verhelderend gesprek. Ik had er echt wel wat aan. Samen de rechtszaak doorgesproken. De strafeis van de rechter.. Maar het is ook steeds weer zo confronterend. Op zo’n moment kan ik er echt niet meer om heen.

Er zijn weinig mensen die er van af weten. Het is ook niet makkelijk, zo’n onderwerp. Als je bus is gestolen, kan je daar met iedereen uitgebreid over brainstormen. Maar een zedendelict.. dat is toch wel even iets anders!

Volgende week is de uitspraak. Daar zal ik bij zijn, met mijn dochter. Het komt nu wel erg dichtbij. Ik heb mijn werk voor die dag al af kunnen zeggen. De oppas is ook geregeld. Mijn moeder zal die dag de kleintjes nemen. Mijn moeder. Natuurlijk! Ik zou best háár even kunnen bellen om mijn verhaal te doen.

Ik draai haar nummer. Het duurt een tijdje voor ze opneemt. Even ben ik bang dat ze al aan het avondeten zit. Maar dan neemt ze toch op.

‘Hoi ma! Met mij.’ Ik weet even niet hoe ik beginnen moet. Zal ik meteen zeggen dat ik met Slachtofferhulp heb gesproken? Hoe we alles hebben doorgesproken, ook vast voor volgende week. Hoe moeilijk ik het vind om er steeds weer mee geconfronteerd te worden. Maar ook gerechtigheid wil.

‘Ha! Waarvoor bel je?’ hoor ik aan de andere kant van de lijn. Ik besluit het gesprek langzaam die kant op te buigen: ‘Kunt u volgende week nog oppassen? U weet wel, wanneer we naar de rechtbank moeten voor de uitspraak..’ ‘Ja. Daar heb ik toch op gerekend?!’ zegt ze meteen.’Ja, nou ja, ik dacht misschien…’

‘Oh, moet je luisteren!’ onderbreekt ze me direct. Dan vertelt ze over de fysiotherapeut waar ze wekelijks een afspraak heeft. ‘Ik heb nu al twee keer gelopen.. je weet wel, met die stokken.. en het gaat best goed.. vandaag een dagje rustig aan gedaan.. Ik moet nu ook aan de Diclofenac.. Moet ik daar ook die maagbeschermers bij gebruiken? Ja, jij kan het weten.. Jij bent natuurlijk zuster!’ Een lach galmt door de telefoon.

Ik heb de mood niet om mee te lachen. ‘Tja..,’ laat ik klinken.

‘Ja, moet je weten.. je zwager moest natuurlijk ook naar de dokter. Hij is natuurlijk veel te dik! Moet nu lijnen voor zijn gezondheid. Ach, je weet wel hoe dat gaat, he?!’ Weer een lach.

‘Ja,’ doe ik kort en prik wat in het vlees dat voor me staat te pruttelen.’Wat sta je te doen?’ toont ze eindelijk interesse. ‘Gewoon, eten koken. Maar ik eh…’

‘Oh ja, nou ik heb het eten ook opstaan, hoor! Vind je zeker wel goed van je moeder?! Vorige week had ik echt zo’n baalweek… slecht gegeten, enzo.. Maar nu heb ik aardappels geschild. Doe ik dan wat doperwtjes bij…’ ‘Ja, ma, maar…!’ doe ik nog een laatste poging.

‘Goed!’ zegt ze dan: ‘Ga maar gauw met het eten verder! Ik hoor je nog wel een keer. Fijne avond!’ ‘Oke, mam,’ ik probeer de teleurstelling niet door te laten klinken: ‘Doeg ma.’ Maar de verbinding is al verbroken. Ik zucht. Als zelfs mijn moeder al geen tijd voor me heeft..

Ik loop met mijn ziel onder de arm.