Forever 

Je zit tegenover me en ik probeer me te concentreren op wat je zegt. Ondertussen staar ik naar je twinkelende ogen, je mond. Naar je krullen, die inmiddels grijze haren vertonen. Wat hou ik van dit gezicht. Van jou helemaal. Het voelt zo vertrouwd.

‘..Natuurlijk wil ik je niet pushen om bij hem weg te gaan..,’ hoor ik je zeggen. En ik denk dat de tijd je heeft geleerd dat ik me niet láát pushen. ‘Of zou je eerst een ander nodig hebben, om zover te komen?’ vraag je me dan. Ik schrik op en schud mijn hoofd. ‘Nee,’ zeg ik steevast: ‘ik hoef geen ander. Ik zou veel liever een tijd, of altijd, alleen blijven daarna.’

Is het waar, wat ik zeg? Ik zoek naar mijn gevoelens en gedachten. En weet dan dat ik niet lieg. Ik dúrf mijn leven niet meer toe te vertrouwen aan een ander. Niet voordat ik die ander door en door ken.

‘Oke!’ mompel je. Je ogen vinden de mijne. Je leunt met je kin op je duim. Ik zou je zo kunnen uittekenen. Die houding. Die blik in je ogen. Wat hou ik van je. Zo zielsveel!

Vroeger was het nog gewoon, om bij elkaar te zijn. Nu moet het stiekem. Jij bent getrouwd en ik zit nog altijd verstrikt in een ingewikkelde relatie. Kon het nog maar zoals vroeger zijn. Maar onze levens lijken niet meer met elkaar te combineren. Jij koos bewust voor één kind. Ik wilde er persé meer. Jij hebt geleerd om voor jezelf te leven. Mijn bestaan lijkt vooral op mijn naasten gericht. In mijn ogen leidt jij een luxe bestaan, terwijl ik me voornamelijk behelpen moet.

‘Ik weet zeker dat we het nu goed hadden gehad, als we vroeger niet uit elkaar waren gerukt,’ zeg je. Ik voel me geneigd me te excuseren voor het feit dat ik dat heb laten gebeuren. ‘Ik was te jong. Te onzeker. Had nog geen eigen mening,’ som ik op. Ik zou niet weten hoe het zou zijn geweest, als dat niet zo was. Als ik niet naar mijn ouders had geluisterd. Maar mijn hart had gevolgd..

‘Eigenlijk is het een intriest verhaal. Ons verhaal. Twee geliefden, die hun leven afzonderlijk van elkaar moeten leven.’ Je glimlacht triest. Ik zie je slikken. Worden je ogen nu zelfs vochtig? Worden de emoties je teveel?

‘Ik zal altijd van je blijven houden. Je bent en blijft mijn grote liefde. Hoe dan ook..’ probeer ik je gerust te stellen. ‘En ook al leven we onze levens ver bij elkaar vandaan, je zult altijd in mijn hart zijn. Ik zal je daar altijd bij me dragen.’

Advertenties

Stilte 

Stilte. Ik verlang naar volkomen stilte. En in die stilte, wil ik voelen. Echt voelen. Intens het gevoel binnen laten van pijn, gebrokenheid. Maar ook van liefde.

Het lijkt alsof er geen plaats meer is voor gevoelens. Het leven lijkt meer op een computerspel. Met steeds weer nieuwe hindernissen. Steeds weer een hoger level. Ik spring en buk en kruip er doorheen. Steeds meer punten, met verlies van steeds meer levens. Waar houdt het op? Bij welk level zal het ‘game-over’ zijn?

Ik wil leven. Echt leven. Intens leven. Voelen waar ik mee bezig ben. Niet gedachteloos doorgaan. Me laten overspoelen, met als enig doel het hoofd boven water houden. Ik wil niet stikken. Maar de golven trotseren. Berekenen. Zien rollen. Op me af zien komen. En springen op het juiste moment.

Ik wil op adem komen. Rustig bijkomen, voordat de volgende slag geslagen moet worden. Op kracht komen om het alles weer te kunnen doorstaan. Om te leren. Te triomferen. Mijn neus in de lucht. Een glimlach op mijn gezicht. Het gevoel van moed en dapperheid. Het gevoel van leven!

Ik wil geen robot meer zijn..

31. Een afspraakje

Wat voelde ik me verloren, die eerste weken in de zusterflat. Als zeventien-jarige werd ik ineens in het diepe gegooid. Ik moest mijn eigen potje koken, zelf de afwas doen, mijn kleding eigenhandig wassen en mijn kamer netjes houden. Dat viel niet mee.

Ook maakte ik kennis met allerlei nieuwe mensen. Mijn gang- en studiegenoten. Sommigen waren net begonnen, net als ik. Anderen waren al doorgewinterde kamer-bewoners. Zij maakten me wegwijs in dit onbekende bestaan. 

Het was flink wennen. Ik voelde me soms vergeten. Alleen op mijn kamertje. Alsof ik er netjes opgeborgen zat en er niemand was die zich nog over me bekommerde. Tot op die avond. Ergens, in die eerste weken. Toen de telefoon ging..

Het was nog zo’n groot, grijs apparaat. Met draaischijf. De enige die onze gang rijk was. Hangend in het midden van de lange hal, waaraan alle kamerdeuren grensden. Het schelle geluid was overal hoorbaar. Maar daar raakte ik al snel aan gewend. Meestal waren het de meiden van de oudere garde die hem dan opnamen. Zij kenden degenen die hier woonden het best. Zij wisten wie ze roepen moesten, als er voor iemand werd gebeld. Dat was, tot nu toe, nog nooit voor mij geweest.

Maar dit keer werd er op mijn deur geklopt: ‘Telefoon voor jou!’ Ik opende snel mijn deur. Bedankte haastig de boodschapper en rende naar de hoorn die inmiddels, bengelend aan het gekrulde snoer, bijna de grond raakte. Vlug nam ik het ding ter hand en verwachte mijn moeders stem aan de andere kant van de lijn. 

‘Ja, hallo?’ zei ik bijna buiten adem.‘Hoi! Ken je me nog?’ hoorde ik een diepe, warme stem zeggen. Hij noemde zijn naam en ik begreep direct om wie het ging. Het was de jongen die ik op het examenfeest van mijn vriendin had ontmoet! ‘Ja, natuurlijk! Wat leuk dat je belt,’ zei ik enthousiast. Ik hoopte dat ik niet al te wanhopig over zou komen. ‘Zou je het leuk vinden als ik van de week nog bij je langskom?’ vroeg hij. Mijn hart sloeg over. Hij hield zich dus aan zijn belofte!  ‘Ja, best!’ probeerde ik rustig te blijven. Maar ik kon wel dansen van plezier. 

De afgesproken avond deed ik extra mijn best er goed uit te zien. Mijn lange haar getoupeerd. Flinke laag haarlak eroverheen. Een beetje mascara en wat oogpotlood. Toen ik eindelijk tevreden was, zette ik mijn deur op een kier en nestelde me op èèn van de twee stoelen die mijn kamertje rijk was. Ik spitste mijn oren in de hoop dat ik hem zou horen, zodra hij onze verdieping had bereikt.

Nog voor de afgesproken tijd was daar het krakende geluid van de deur naar het trappenhuis. Voetstappen op de gang, die steeds dichterbij leken te komen. Geroezemoes van een mannenstem die mijn naam noemde. En toen vastere stappen richting mijn deur. Vluchtig kneedde ik mijn lok. Nam snel de juiste houding aan en bleef zo zitten. Het moest lijken alsof zijn komst me overrompelde.

Er volgde een kort klopje. ‘Binnen!’ riep ik automatisch. De deur werd langzaam opengeduwd. En daar stond hij. In de deuropening. Lang, breed en zijn krullen goed gekapt langs zijn hoofd. ‘Hoi’, zei hij nonchalant. ‘Ha! Kom verder!’ deed ik kalm, terwijl ik mijn hart in mijn keel voelde bonken. 

Die avond nam hij me mee om wat te drinken in de stad. Onder het genot van Pisang-Ambon met jus d’orange, praatten we honderduit. Ik had geen notie van de omgeving. Was alleen maar bezig met wat hij van me vond en waarom hij eigenlijk gekomen was. Stilletjes vroeg ik me af of hij mij net zo leuk vond als ik hem.

Laat in de avond liepen we terug naar de auto. De auto van zijn broer, die hij speciaal voor deze gelegenheid had mogen lenen. Hij zou me terugbrengen naar mijn kamer. Me daar weer afzetten. Me alleen achterlaten. En dan? Zou er nog een volgende afspraak komen?

Ik voelde hoe hij voorzichtig een arm om mijn schouder legde. Ik keek even naar hem opzij en glimlachte. Het stelde niets voor, maakte ik mezelf wijs. Dit deed hij misschien wel vaker bij meisjes die hij aardig vond.

Bij de auto aangekomen, keerde hij zijn rug naar het portier. Langzaam liet hij zijn lichaam achterover leunen, tot hij steun vond tegen de auto. Toen strekte hij beide handen naar mij uit en omklemde mijn polsen. Ik deed een stap dichterbij en zag de glinstering in zijn ogen. Ik voelde hoe hij me zacht naar zich toe trok, tot mijn lichaam het zijne raakte. Ik legde mijn hoofd tegen zijn schouder en voelde hoe zijn hand liefdevol door mijn haren gleed.

‘Als je eens wist hoelang ik hierop heb gewacht?!’ fluisterde hij. Ik hief mijn hoofd naar hem op en beantwoorde de intense zoen die hij gaf. Daarna glimlachte ik: ‘Word jij dan de vader van mijn toekomstige kinderen?’

Gevlucht 

Ik werp me achterover op het grote bed, slaak een diepe zucht en sluit mijn ogen. Ik ben het zat. Zat van de opvoed-perikelen. Zat van het tobben en kniezen. Zat om steeds heen en weer te worden geschud door gedachten en gevoelens. Ik weet het niet meer..

Dan besluit ik om stiekem mijn spullen pakken. Ik gris een setje kleding uit de garderobe. Pak ondergoed uit de la. Een tandenborstel en andere toiletspullen uit de badkamer. Niet veel, maar genoeg om de eerste dagen mee door te komen. Ik prop alles in de bescheiden weekendtas.

Daarna sluip ik de trap af. De tas zet ik even in de hal. In de huiskamer is iedereen verdiept in zijn eigen ding. Het wordt niet opgemerkt dat ik uit de keuken de autosleutels stilletjes van het haakje af pak.

Zachtjes trek ik de voordeur achter me dicht en loop naar de auto. Terwijl ik de motor start, check ik het benzinepeil. De wijzer geeft een volle tank aan. Voorlopig hoef ik niet te tanken.

Bij de pinautomaat in de buurt stap ik even uit. Ik heb cashgeld nodig, om niet getraceerd te kunnen worden. Een paar honderd euro moet voldoende zijn. Duizend vind ik net wat teveel.

Dan geef ik plankgas en rijd richting de snelweg. Ik kies de snelste route naar de grens. Wil zo snel mogelijk het buitenland bereiken. Een andere omgeving zien. Waar de heuvels door bergen worden vervangen.

Ik heb geen idee waar de reis heen zal gaan. Ik laat me verrassen. Ik zet de muziek voluit en zing keihard mee. Mijn hoofd knikt mee op de maat van de drum. Mijn vingers tikken op het stuur. Het is mijn feestje. Niemand die me ziet of hoort.

Zo’n vierhonderd kilometer verderop stop ik bij een groot parkeerterrein langs de kant van de Autobahn. Ik stap uit om even mijn benen te kunnen strekken. Ik kijk om me heen en zie dat het al schemerig begint te worden. Ik zou mijn weg verder binnendoor moeten vervolgen, om op zoek te gaan naar een bordje met ‘zimmer frei.’

De weg kronkelt tussen de bergen door. Beboste toppen en groene dalen glijden aan mijn zicht voorbij. Het duurt even voordat de eerste huizen opdoemen. Maar dan rijd ik toch een centrum in van een, voor mij, onbekend dorp. Ik minder vaart om de borden te kunnen lezen. En er zijn kamers vrij! Ik rijd zo drie bordjes voorbij, voor ik durf te stoppen.

Ik parkeer mijn auto langs de weg en gooi de tas over mijn schouder. Zou ik zomaar naar binnen kunnen lopen? Me verstaanbaar kunnen maken? Zou het betrouwbaar zijn? Voorzichtig zoek ik naar de ingang van het grauwe huis. Een verweerd bordje, bij het gietijzeren hek, vertelt me dat ik achterom moet lopen. Zou ik al opgemerkt zijn? Of zou ik nog terug kunnen? Terugrijden naar huis, waar ze me nu toch wel eens moeten gaan missen.

Dan kijk ik vluchtig op het scherm van mijn mobiel. Drie gemiste oproepen. Vier app-berichten. Het is duidelijk. Ik ben onmisbaar. Ik moet weer door!

‘Mam, waar ben je?’ hoor ik beneden roepen.

Ik had graag nog beleefd hoe het daarbinnen was. Daar, in dat grauwe huis, met het verweerde bord. Ik had graag nog ervaren hoe het was om alléén te zijn. Daar, in de lege kamer in het onbekende dorp. Maar het zou moeten wachten. Wachten tot een volgende kans om me even terug te trekken op mijn eigen kamer.

Ik open mijn ogen en sta zuchtend op. ‘Hier ben ik!’ roep ik naar beneden en daal langzaam de trap weer af.

30. Biecht

Mijn hart bonkte. Mijn adem stokte. Mijn vingers trilden. Het was lastig de juiste toetsen te raken. Maar toch wilde ik zijn appje beantwoorden. Hem deelgenoot maken. Mijn verhaal doen. Hem uitleggen waarom mijn leven er veel minder rooskleurig uitzag dan hij vermoedde.

Tenslotte belde hij. ‘Meidje, toch! Wat een verhaal!’ Hij was hoorbaar geschokt. Ik zuchtte. ‘Tja’, was alles wat ik zeggen kon. We gingen beiden totaal voorbij aan het feit dat we elkaar, voor het eerst sinds járen, weer telefonisch spraken. We pakten de draad gewoon weer op.

‘Als ik iets voor je doen kan, moet je het maar zeggen,’ bood hij bezorgd aan. Maar wat zou hij kunnen doen? Ik wist het niet. Alleen naar me luisteren was al fijn.

We besloten dat we contact zouden houden. Dat ik hem op de hoogte zou houden. Maar eigenlijk leek dat al vanzelfsprekend. Daar hoefden we helemaal geen afspraak over te maken.

Na het gesprek drong het langzaam tot me door. Ik had weer contact met mijn grote liefde van vroeger! Het voelde weer net zo vertrouwd als voorheen. Het was alsof de tijd zich herhaalde. Voor ik het wist leefde ik weer met een groot geheim.

Maar ik besloot het dit keer anders aan te pakken. Ik had geen zin weer te moeten leven met dezelfde spanning die ik destijds ook altijd had gevoeld. Bang dat het ontdekt zou worden. Dit keer zou ik meteen open kaart spelen. Meteen de verantwoordelijkheid nemen.

‘Weet je wie ik heb gesproken?’ gooide ik er zomaar op een avond uit. Natuurlijk vond ik het eng. Het stond nog vers in mijn geheugen hoe deze zelfde situatie ooit had uitgepakt. Dat de vader van de oudste meisjes na mijn ‘biecht’ tegen me begon te schreeuwen. Te tieren. Direct naar de telefoon rende om het geheim zo snel mogelijk naar buiten te brengen.

‘Wie dan?’ vroeg de vader van de jongste twee nieuwsgierig. ‘Raad maar!’ stelde ik mijn antwoord nog even uit. Want eigenlijk durfde ik niet zo goed. Zou hij ook boos worden? Gaan gillen?’Geen idee,’ gaf hij toe. Hij kon het ook niet weten. Het zou iedereen kunnen zijn.

Ik haalde diep adem en noemde toen vluchtig de naam van mijn vroegere liefde. Daarna bleef ik stil en zette me schrap voor wat komen ging.

‘Oh, bijzonder!’ zei hij toen: ‘Hoe was dat?’ Ik probeerde net zo koel te blijven als hij. Wilde er niet al te enthousiast over doen. Mijn gezicht zegt meestal al boekdelen. Ik probeerde verwoed de brede glimlach te onderdrukken. ‘Het was best prettig!’

‘Oke’, zei hij en ging over tot de orde van de dag. Hij begon niet te schelden. Werd niet boos. Ging niet tekeer. Bleef er gewoon rustig onder. Had hij er misschien zelfs wel begrip voor?

‘Ik begrijp het wel,’ kwam hij er later toch nog op terug. Weer verraste het me. Dus zo kon het ook! ‘Het is best logisch,’ deed hij er nog een schepje bovenop. Ik keek hem verwonderd aan. ‘En weet je..’ ging hij ongestoord verder: ‘Je moet het helemaal zelf weten. Ik wil jullie niet, zoals al die anderen, ook het contact verbieden.’ ‘Meen je dit nou?’ Hij glimlachte. Zijn ogen zagen waterig, alsof onze situatie zelfs hèm emotioneel raakte.

‘Maar vind je het niet erg dan?’ kon ik niet laten te vragen. Hij keek me recht aan en schudde zijn hoofd: ‘Je hoeft me zelfs niet te vertellen wat jullie allemaal bespreken. Jij hebt hier recht op. Ik vind het goed.’

What’s in a name

Safealove. Oftewel Safea Love. Door sommigen ook wel opgemerkt als Safe-a-love. Het schept blijkbaar nogal wat verwarring. Daarom een blogje aan mijn pseudoniem gewijd.

Lange tijd zat ik te dubben. Het leek me heerlijk om mijn verhaal te doen, zonder erbij na te hoeven denken wat ik wel en niet kwijt kon. Er was inmiddels een groot geheim in ons leven geslopen, waar ik het liefst in alle openheid over wilde praten.

Al jaren schrijf ik een dagboek. Ik heb al ontelbare woorden toevertrouwd aan levenloos papier. Het hielp me gebeurtenissen te verwerken of chaos in mijn hoofd weer op een rijtje te krijgen. Maar ik miste de feedback. Dat wilde ik ook graag eens horen.

Dus bloggen leek me een goede oplossing. Onder gefingeerde naam.

Ik ging op zoek naar iets wat bij mij paste. Bij mij, of bij de geschiedenis die ik droeg. Zo kwam ik bij ‘Safea’, wat ‘reine’ of ‘onschuldige’ betekent.

Niet dat ik mezelf zo’n rein of onschuldig iemand vind. Maar ik hecht er wel veel waarde aan. Helemaal wat de liefde betreft. Dus mijn zogenaamde achternaam werd ‘Love.’ Reine of onschuldige liefde dus..

Toen ik, onbewust, de twee namen achter elkaar zette, ontstond daar Safealove. In eerste instantie zei het me weinig. Gewoon een samengevoegd geheel, meer niet.

Tot ik ineens zag dat er tevens Safe-a-Love was komen te staan. Ook sommige lezers merkten dat op in hun reacties. Wat bijzonder! Toepasselijker kon toch eigenlijk niet?! Er was heel wat liefde te redden. Liefde waar ik zuinig op wilde zijn. Met name de liefde voor mijn kinderen, na alle tegenslagen die we te verwerken hadden gekregen.

Safe-a-Love! Redt de Liefde! Het zou een lijfspreuk kunnen zijn. Want liefde is zo groots, zo mooi. Liefde zou zoveel aan ellende op kunnen lossen. Was er maar meer van in deze wereld!

‘De liefde is geduldig, de liefde is vriendelijk, de liefde is niet jaloers. Zij doet niet gewichtig en is niet trots, zij kwetst niet, is niet egoïstisch en voelt zich nooit beledigd, zij neemt niemand iets kwalijk, zij is niet blij met onrecht, maar juist met de waarheid. De liefde beschermt altijd, heeft altijd vertrouwen. Aan de liefde komt nooit een einde.’

28. Examenfeestje

‘Ga je mee naar het examenfeest van onze klas?’ vroeg mijn vriendin. ‘Gaaf!’ was ik meteen enthousiast. We waren nog jong en onbezorgd. Vooral nu we beiden waren geslaagd. We hadden ons diploma behaald. Examenfeestjes waren schering en inslag dat jaar. En de toekomst lachte ons toe.

‘Het gaat echt leuk worden!’ vertelde ze uitgelaten: ‘Ze hebben een grote loods geregeld. Er komen heel veel gasten!’

Ondanks dat we niet bij elkaar op school hadden gezeten, kende ik al aardig wat van haar klasgenoten. Ik had ze ontmoet op andere feestjes. Verjaardagen en ontmoetingen waar mijn vriendin me ook al mee naartoe had genomen.

‘Komt die ene gozer dan ook?’ vroeg ik voorzichtig: ‘Je weet wel, die ene waarbij ik eens achterop de fiets heb gezeten?!’ ‘Zover als ik weet komt iedereen uit de klas. Dus hij zal er vast ook bij zijn,’ verzekerde ze me. Dit feest mocht ik niet missen dus!

Het was een hele reis. Met de bus en de trein. Gelukkig kon iedereen er blijven slapen, anders was het vast de moeite niet. 

Op de drempel van de loods zag ik dat het behoorlijk groots was aangepakt. Werkelijk groots! Even bleef ik staan om het geheel in me op te nemen. Allemaal jongelui. Luidruchtig en uitbundig. Overstemd door muziek van toen. En ergens langs de zijkant stond een grote tafel met drank. Heel veel drank.

Het was voor het eerst dat ik op zo’n spektakel was. Ik was niet zo’n uitgaander. Maar dit zag er werkelijk fantastisch uit. Mijn vriendin trok me mee de menigte in en stelde me aan diverse mensen voor. Ondertussen zocht ik naar die jongen. Die ene, die ik nu eindelijk beter wilde leren kennen.

Algauw had ik hem gevonden. Sjansend met een mooie brunette. Toen ik langs liep, begroette hij me enthousiast en ging weer verder met het versieren van de ander. En zo zag ik hem die avond de hele zaal rondgaan. Elke keer weer flemend bij een andere schoonheid. ‘Niks voor mij, zo’n charmeur,’ besloot ik direct.

Ik had mijn draai algauw gevonden. Vermaakte me uitstekend. Deed een dansje, maakte hier en daar een praatje en dronk een glaasje. 

Tot er ineens een lange jongeman voor me kwam staan. Hij stak galant zijn hand naar me uit: ‘Hoi, met wie heb ik het genoegen?’ vroeg hij en keek me doordringend aan. Ik zocht naar de juiste houding en noemde toen mijn naam. ‘Ah, je vriendin heeft me al veel over je verteld!’ zei hij toen. ‘Oh?’ wist ik uit te stoten: ‘Wat dan?’ Hij lachte en wuifde nonchalant zijn opmerking weg. Toen stelde hij voor om buiten verder te praten. ‘Alleen práten dan, he?!’ waarschuwde ik hem gekscherend. Hij knikte. ‘Tuurlijk!’ zei hij oprecht. Ik bloosde en schaamde me meteen voor mijn achterdochtige uitspraak.

Buiten vroeg hij me vanalles. Waar ik vandaan kwam. Welke opleiding ik volgde en wat ik wilde gaan doen. Hij leek serieus geïnteresseerd. Ik vertelde hem dat ik de opleiding voor verpleegster zou gaan volgen en binnenkort ging verhuizen naar een zusterflat. ‘Wat leuk!’ zei hij: ‘Dan kan ik je daar wel eens op komen zoeken!’ ‘Prima!’ deed ik quasi laconiek. Er waren inmiddels al zoveel mensen die dat hadden aangeboden. Ik moest eerst nog maar eens zien wie zich daaraan zou houden.

Na een tijdje liepen we weer terug naar het feest en zocht ik mijn vriendin weer op. Pas heel laat op de avond deden hij en ik nog een dansje. Daarna verloren we elkaar uit het oog. En zo zouden we elkaar ook weer uit het hart verliezen, verwachtte ik..

27. Vergeven

Het was geen nieuws. De naam van mijn vroegere liefde was een begrip geworden. Iedereen kende zijn naam en wist van onze geschiedenis.

De meisjes vonden het spannend als ik over hem vertelde. Vonden het ook wel ‘zielig’ dat we zo uit elkaar waren gehaald. Waren enorm nieuwsgierig naar hoe hij er nú uit zou zien. Maar het leek als een ‘vorig leven’. De liefde van toen had geen plaats meer in ons bestaan van vandaag.

Hoe vaak heb ik niet geroepen dat ‘ze’ me nooit bij hem weg hadden mogen halen. Dat het niet eerlijk was. Dat ze hadden gelogen, toen mij werd gezegd dat ik na hem een veel betere man zou treffen.

Zelfs mijn ouders heb ik er mee geconfronteerd, net na mijn scheiding van de vader van de oudste twee. ‘Was dit hem nou, die betere man?!’ daagde ik hen uit: ‘Ik durf te wedden dat ik het veel beter zou hebben gehad, als ik nog bij mijn jeugdliefde was gebleven.’ Mijn moeder kroop dan in haar schulp. Schuldbewust, leek het wel. Mijn vader hield zich stil. Vertoonde geen enkele emotie.

Totdat hij ziek werd. Ernstig ziek. Ik zie hem nog zitten. Tegenover me, op zijn hoge stoel. In zijn pyjama. Een bleek gezicht. Zijn grauwe handen op zijn schoot gevouwen. Ik zag hoe broos hij was geworden. Maar we hadden het goed samen. Nog nooit hadden we zoveel gedeeld met elkaar.

Die middag praatten we over de vader van mijn twee meisjes. Zijn gedrag was weer eens onuitstaanbaar. Wilde niets en nergens aan mee werken. Alleen maar dwars zitten. Het frustreerde mijn vader dat hij hier geen verandering in aan kon brengen.

En toen -ineens- kwam zijn opmerking. Zomaar tussendoor: ‘Ik heb nog altijd spijt dat ik je destijds..’ Meteen hing ik aan zijn lippen. Hield mijn ogen strak op zijn mond gericht. Ik wilde niets van deze zin missen. Hij zou het eindelijk gaan zeggen!

‘Je moet nu echt even gaan rusten, hoor!’ gebood mijn moeder er zomaar tussendoor. Mijn vader keek verstoord naar haar op en haalde zijn schouders op. Daarna keek hij mij weer aan, maar leek de draad kwijt te zijn.

‘Kom op, pa! Zeg het!’ wilde ik gillen. Het liefst had ik hem bij beide schouders gepakt. Maar in plaats daarvan staarde ik hem nog altijd zwijgend aan en zat ik als verstijft op mijn stoel. Wachtend… op niets.

Langzaam verslapten mijn schouders. Ik boog mijn hoofd en volgde stilletjes hoe mijn vader richting zijn bed werd geholpen. Diep teleurgesteld bleef ik achter. Mijn moeder had zomaar de meest belangrijke zin in mijn leven bruut afgebroken!

Niet lang daarna stierf mijn vader. Nooit had hij de kans meer om zijn zin nog af te maken. Maar ik had genoeg aan de helft ervan. In mijn hoofd had ik allang aangevuld wat hij wilde gaan zeggen. ‘Ik heb nog altijd spijt dat ik je destijds.. bij je grote liefde heb weggehouden!’ Dat was het! Dat wilde hij zeggen. Dat was alles, maar voor mij van zo’n ongelooflijk grote betekenis.

Eindelijk kon ik mijn ouders vergeven. Zij konden ook niet weten hoe mijn leven erna eruit zou zien. Ze hadden vast het beste met me voor gehad. En papa had nu spijt. Spijt van deze grote fout.

Bedankt, pa. Ik vergeef het wel.

 

26. Bericht

Ik tuurde naar de letters op het scherm van mijn telefoon: ‘Ha, meidje, hoe gaat het? Al zo’n tijd niets van je gehoord! Ik kan wel merken dat ik meer aan jou denk dan jij aan mij..’ Ik zuchtte diep en voelde me schuldig. Toen kwam de volgende regel binnen: ‘Nou ja, het zal wel een goed teken zijn. Ik ben blij dat je weer gelukkig bent!’ De afzender deed mijn hart direct sneller kloppen.

Mijn grote liefde van vroeger!

Hij bleek mijn nummer nog te hebben. Ja, en ik had het zijne ook bewaard. Ooit had ik het gewist, omdat ik dacht het nooit meer nodig te hebben. En stiekem wist ik dat het ook in mijn hoofd lag opgeslagen. Maar toen de tijd verstreek werd ik bang het daar te verliezen. En zette ik het weer terug tussen mijn contacten.

En nu was daar ineens dat bericht. Terwijl ik op de puinhopen van het leven zat. Terwijl ik dagelijks liep te piekeren over hoe het nu verder moest en nachten wakker lag over de ellende dat dit huwelijk me had gebracht. Terwijl ik enorm spijt had dat ik toch weer getrouwd was, dacht hij dat ik gelukkig was. Dat ik hem vergeten was. Nooit meer aan hem dacht. Oh, was het maar zo!

Ooit had ik gedacht hem voorgoed achter me te kunnen laten. Hoopte ik dat hij zou vervagen tot enkel een mooie herinnering. Maar nu was hij weer daar. Hij had aan me gedacht. Had de moeite genomen om me toch nog een bericht te sturen. Hij was er nog en nam meteen weer plaats in mijn hart.

Wat moest ik doen? Hem terug berichten? Zeggen dat het goed met me ging? Vertellen dat ik inmiddels gezegend was met nog twee kleine meisjes? Hem doen geloven dat hij gelijk had? Nee, dit was mijn kans om eens eerlijk te zijn. Om de schone schijn eens níet te hoeven ophouden, maar te kunnen práten. Tenminste.. als hij daar open voor zou staan.

Ik besloot het er op te wagen: ‘Inderdaad een tijd geleden. Maar vergeten ben ik je nooit, hoor! Ik hoop in elk geval dat jij gelukkiger bent dan ik..’

23. Verliefd

We waren beiden niet van plan om verliefd te worden. Zijn relatie was nog niet zo lang voorbij. En ik moest er niet aan denken me weer te binden aan een man. Tot nu toe had dat me niet veel goeds opgeleverd.

Toch vond ik het prettig om af en toe mijn verhaal kwijt te kunnen. Dan mailde ik hem. Met een beetje geluk kreeg ik de volgende dag alweer antwoord. Dat was best fijn. Want ik had verder geen tijd voor het sociale gebeuren. ’s Avonds moest ik thuis zijn bij de kids. En overdag moest er gewerkt worden. Was het niet voor mijn werkgever, dan was het wel in huis.

Op een dag stapten we over op MSN. Dan sprong ik achter de computer, zodra de meisjes op bed lagen. Soms duurde het even voor hij online kwam. Maar zodra hij er was, was hij één en al oor. Uren zaten we zo te babbelen. Ik deelde wat ik meemaakte met de kids. Grappige gebeurtenissen. Maar ook de drama’s uit het verleden. En hij luisterde. Gaf op z’n tijd een passende opmerking of een wijs advies.

En zo werd het een vanzelfsprekendheid. Een moment waar ik naar uitkeek. Als hij niet online kwam, miste ik hem. Stuurde ik hem een mail. Gewoon om mijn dag toch met hem te delen.

Op een dag wilde hij me ontmoeten. Niet meer via de computer, maar in het echt. We spraken af om een wandeling op de heide te maken. Op een tijd dat de meisjes nog op school zaten.

Die dag had het enorm gesneeuwd. Maar ik dacht er niet aan om de afspraak af te zeggen. Ondanks het weeralarm reed ik richting de afgesproken plek. Daar stond hij al op me te wachten. 

Eigenlijk heb ik niets met sneeuw en kou. Blijf ik het liefst binnen zitten met de verwarming hoog. Maar deze dag had ik het niet koud. We liepen over de heide. Door de sneeuw waren de paden onzichtbaar geworden. We kozen ons eigen pad. Dwars door alles heen.

We hadden enorm veel lol. We gooiden sneeuwballen en zeepten elkaar in met sneeuw. Ik voelde me weer jong en zorgeloos. Kon even alles vergeten wat er was gebeurd.Ik voelde me verliefd. Verliefd op dit fijne. Dit onbezorgde. Misschien zelfs wel op hem.

Algauw maakte hij kennis met de meisjes. Wat was hij begripvol, toen ze niet meteen enthousiast reageerden. ‘Ik begrijp dat het even vreemd voor jullie is. Maar ik beloof goed voor jullie moeder te zorgen.’ En dat stelde hen gerust. Stukje bij beetje leerden zij elkaar beter kennen. Was hij steeds vaker bij ons. En werd het normaal. Hij begon bij ons te horen en wij bij hem. 

Toen ik zwanger van hem bleek te zijn, was het wel even slikken. Hoe zouden de meisjes het vinden? Ik stelde het zo lang mogelijk uit om het hen te vertellen. Maar uiteindelijk moest het er toch van komen. 

We riepen de meisjes bij ons. ‘Mama verwacht een kindje,’ vertelde ik hen. Even was het stil. Daarna porde de oudste de jongste in de zij en riep: ‘Zie je nou wel! Ik zei het toch!’ Ze hadden al zo’n vermoeden. Dat maakte het een stuk makkelijker.

We besloten te trouwen. Ik vond het nog best eng. Maar het leek ons het beste voor de kids. Zo wisten ze waar ze aan toe waren. Dat het niet zomaar iets was.

Het werd een bescheiden bruiloft. We trouwden op een dag dat het kosteloos was op het gemeentehuis. Toen ik mijn ‘ja-woord’ gaf, voelde ik me blij en gelukkig. We waren weer compleet. Er was zelfs nieuw leven op komst. Een nieuwe mooie toekomst, met een liefdevolle man aan mijn zij. 

A dream come true?