30. Biecht

Mijn hart bonkte. Mijn adem stokte. Mijn vingers trilden. Het was lastig de juiste toetsen te raken. Maar toch wilde ik zijn appje beantwoorden. Hem deelgenoot maken. Mijn verhaal doen. Hem uitleggen waarom mijn leven er veel minder rooskleurig uitzag dan hij vermoedde.

Tenslotte belde hij. ‘Meidje, toch! Wat een verhaal!’ Hij was hoorbaar geschokt. Ik zuchtte. ‘Tja’, was alles wat ik zeggen kon. We gingen beiden totaal voorbij aan het feit dat we elkaar, voor het eerst sinds járen, weer telefonisch spraken. We pakten de draad gewoon weer op.

‘Als ik iets voor je doen kan, moet je het maar zeggen,’ bood hij bezorgd aan. Maar wat zou hij kunnen doen? Ik wist het niet. Alleen naar me luisteren was al fijn.

We besloten dat we contact zouden houden. Dat ik hem op de hoogte zou houden. Maar eigenlijk leek dat al vanzelfsprekend. Daar hoefden we helemaal geen afspraak over te maken.

Na het gesprek drong het langzaam tot me door. Ik had weer contact met mijn grote liefde van vroeger! Het voelde weer net zo vertrouwd als voorheen. Het was alsof de tijd zich herhaalde. Voor ik het wist leefde ik weer met een groot geheim.

Maar ik besloot het dit keer anders aan te pakken. Ik had geen zin weer te moeten leven met dezelfde spanning die ik destijds ook altijd had gevoeld. Bang dat het ontdekt zou worden. Dit keer zou ik meteen open kaart spelen. Meteen de verantwoordelijkheid nemen.

‘Weet je wie ik heb gesproken?’ gooide ik er zomaar op een avond uit. Natuurlijk vond ik het eng. Het stond nog vers in mijn geheugen hoe deze zelfde situatie ooit had uitgepakt. Dat de vader van de oudste meisjes na mijn ‘biecht’ tegen me begon te schreeuwen. Te tieren. Direct naar de telefoon rende om het geheim zo snel mogelijk naar buiten te brengen.

‘Wie dan?’ vroeg de vader van de jongste twee nieuwsgierig. ‘Raad maar!’ stelde ik mijn antwoord nog even uit. Want eigenlijk durfde ik niet zo goed. Zou hij ook boos worden? Gaan gillen?’Geen idee,’ gaf hij toe. Hij kon het ook niet weten. Het zou iedereen kunnen zijn.

Ik haalde diep adem en noemde toen vluchtig de naam van mijn vroegere liefde. Daarna bleef ik stil en zette me schrap voor wat komen ging.

‘Oh, bijzonder!’ zei hij toen: ‘Hoe was dat?’ Ik probeerde net zo koel te blijven als hij. Wilde er niet al te enthousiast over doen. Mijn gezicht zegt meestal al boekdelen. Ik probeerde verwoed de brede glimlach te onderdrukken. ‘Het was best prettig!’

‘Oke’, zei hij en ging over tot de orde van de dag. Hij begon niet te schelden. Werd niet boos. Ging niet tekeer. Bleef er gewoon rustig onder. Had hij er misschien zelfs wel begrip voor?

‘Ik begrijp het wel,’ kwam hij er later toch nog op terug. Weer verraste het me. Dus zo kon het ook! ‘Het is best logisch,’ deed hij er nog een schepje bovenop. Ik keek hem verwonderd aan. ‘En weet je..’ ging hij ongestoord verder: ‘Je moet het helemaal zelf weten. Ik wil jullie niet, zoals al die anderen, ook het contact verbieden.’ ‘Meen je dit nou?’ Hij glimlachte. Zijn ogen zagen waterig, alsof onze situatie zelfs hèm emotioneel raakte.

‘Maar vind je het niet erg dan?’ kon ik niet laten te vragen. Hij keek me recht aan en schudde zijn hoofd: ‘Je hoeft me zelfs niet te vertellen wat jullie allemaal bespreken. Jij hebt hier recht op. Ik vind het goed.’

What’s in a name

Safealove. Oftewel Safea Love. Door sommigen ook wel opgemerkt als Safe-a-love. Het schept blijkbaar nogal wat verwarring. Daarom een blogje aan mijn pseudoniem gewijd.

Lange tijd zat ik te dubben. Het leek me heerlijk om mijn verhaal te doen, zonder erbij na te hoeven denken wat ik wel en niet kwijt kon. Er was inmiddels een groot geheim in ons leven geslopen, waar ik het liefst in alle openheid over wilde praten.

Al jaren schrijf ik een dagboek. Ik heb al ontelbare woorden toevertrouwd aan levenloos papier. Het hielp me gebeurtenissen te verwerken of chaos in mijn hoofd weer op een rijtje te krijgen. Maar ik miste de feedback. Dat wilde ik ook graag eens horen.

Dus bloggen leek me een goede oplossing. Onder gefingeerde naam.

Ik ging op zoek naar iets wat bij mij paste. Bij mij, of bij de geschiedenis die ik droeg. Zo kwam ik bij ‘Safea’, wat ‘reine’ of ‘onschuldige’ betekent.

Niet dat ik mezelf zo’n rein of onschuldig iemand vind. Maar ik hecht er wel veel waarde aan. Helemaal wat de liefde betreft. Dus mijn zogenaamde achternaam werd ‘Love.’ Reine of onschuldige liefde dus..

Toen ik, onbewust, de twee namen achter elkaar zette, ontstond daar Safealove. In eerste instantie zei het me weinig. Gewoon een samengevoegd geheel, meer niet.

Tot ik ineens zag dat er tevens Safe-a-Love was komen te staan. Ook sommige lezers merkten dat op in hun reacties. Wat bijzonder! Toepasselijker kon toch eigenlijk niet?! Er was heel wat liefde te redden. Liefde waar ik zuinig op wilde zijn. Met name de liefde voor mijn kinderen, na alle tegenslagen die we te verwerken hadden gekregen.

Safe-a-Love! Redt de Liefde! Het zou een lijfspreuk kunnen zijn. Want liefde is zo groots, zo mooi. Liefde zou zoveel aan ellende op kunnen lossen. Was er maar meer van in deze wereld!

‘De liefde is geduldig, de liefde is vriendelijk, de liefde is niet jaloers. Zij doet niet gewichtig en is niet trots, zij kwetst niet, is niet egoïstisch en voelt zich nooit beledigd, zij neemt niemand iets kwalijk, zij is niet blij met onrecht, maar juist met de waarheid. De liefde beschermt altijd, heeft altijd vertrouwen. Aan de liefde komt nooit een einde.’

29. Geen zin meer

Eigenlijk was ik gewoon ‘therapie-moe’. Had ik helemaal geen zin om weer in gesprek te gaan met een vreemde. Mijn verhaal te doen. Het vòlgende verhaal! Alsof het nooit eens ophield met al die drama’s.

Jarenlang had ik gesprekken gehad om mijn vorige huwelijk te redden. Zonder resultaat. Het was keihard op de klippen stuk geslagen. En dan zou ik nu weer over alle ellende van een volgend huwelijk moeten beginnen?

Ik had gewoon zin in rust. In harmonie in het gezin. Veiligheid voor de kinderen. Wilde een gelukkige jeugd voor hen. Tenminste.. voor de rest van hun jeugd. Want hun jonge jaren waren al verziekt.

Ik had geen zin in relatie-therapie. Wat was het nut daarvan? Er was een onherstelbare breuk geslagen. Wilde ik dat dan nog proberen te lijmen?

Wat zou me nog bij hem houden? Was het omdat ik ooit gedacht had nu wèl de juiste persoon te hebben gevonden? Of omdat ik eindelijk had ervaren hoe het ook anders kon in een huwelijk? Hoe het was om samen een team te zijn. Maatjes. Een eenheid. Samen de zorg voor de kinderen en voor het inkomen te dragen.

Hah, dat was dus allemaal een valse illusie gebleken! De financiën waren schrijnend. Ik had er nog nooit zo triest voorgestaan. En wat de meisjes betrof was wel gebleken hoe ‘goed’ hij voor hun heeft gezorgd. De veiligheid in huis was ver te zoeken.

Maar moest ik nu dan weer overnieuw beginnen? Een eind achter de relatie zetten? Weer alléén verder gaan, met twee kleine meisjes extra en daarbij ook nog een schuld op mijn schouders? Het was al zo zwaar toen ik mijn vorige relatie verbrak. Loodzwaar! Keihard werken om rond te komen. Alleen voor de meisjes zorgen. Proberen vader en moeder tegelijk te zijn..

Wat voelde ik me gezegend toen hij in ons leven kwam. Toen ik zag hoe de meisjes hem accepteerden als een vader. Hoe ze weer mannen-dingen meemaakten. Klussen in het huis. Fietsen die gerepareerd werden. Een consequente-mannen-opvoeding. Het was er weer allemaal!

Wilde ik daar nu weer een eind aan maken? Radicaal, zonder enige moeite voor herstel?

Toch zijn we er met z’n allen volop ingegaan. Mijn grootste wens is dat mijn dochter geholpen zal zijn met de EMDR-sessies. De vader van de kleintjes is in dader-therapie gegaan. Ik hoop dat hij zo inzicht zal krijgen in het leed dat hij haar en het hele gezin heeft aangedaan.

Zelf heb ik zo nu en dan gesprekken met een therapeut. Gewoon iemand die met me meedenkt over hoe het nu verder moet.

Op hoop van zegen.

28. Examenfeestje

‘Ga je mee naar het examenfeest van onze klas?’ vroeg mijn vriendin. ‘Gaaf!’ was ik meteen enthousiast. We waren nog jong en onbezorgd. Vooral nu we beiden waren geslaagd. We hadden ons diploma behaald. Examenfeestjes waren schering en inslag dat jaar. En de toekomst lachte ons toe.

‘Het gaat echt leuk worden!’ vertelde ze uitgelaten: ‘Ze hebben een grote loods geregeld. Er komen heel veel gasten!’

Ondanks dat we niet bij elkaar op school hadden gezeten, kende ik al aardig wat van haar klasgenoten. Ik had ze ontmoet op andere feestjes. Verjaardagen en ontmoetingen waar mijn vriendin me ook al mee naartoe had genomen.

‘Komt die ene gozer dan ook?’ vroeg ik voorzichtig: ‘Je weet wel, die ene waarbij ik eens achterop de fiets heb gezeten?!’ ‘Zover als ik weet komt iedereen uit de klas. Dus hij zal er vast ook bij zijn,’ verzekerde ze me. Dit feest mocht ik niet missen dus!

Het was een hele reis. Met de bus en de trein. Gelukkig kon iedereen er blijven slapen, anders was het vast de moeite niet. 

Op de drempel van de loods zag ik dat het behoorlijk groots was aangepakt. Werkelijk groots! Even bleef ik staan om het geheel in me op te nemen. Allemaal jongelui. Luidruchtig en uitbundig. Overstemd door muziek van toen. En ergens langs de zijkant stond een grote tafel met drank. Heel veel drank.

Het was voor het eerst dat ik op zo’n spektakel was. Ik was niet zo’n uitgaander. Maar dit zag er werkelijk fantastisch uit. Mijn vriendin trok me mee de menigte in en stelde me aan diverse mensen voor. Ondertussen zocht ik naar die jongen. Die ene, die ik nu eindelijk beter wilde leren kennen.

Algauw had ik hem gevonden. Sjansend met een mooie brunette. Toen ik langs liep, begroette hij me enthousiast en ging weer verder met het versieren van de ander. En zo zag ik hem die avond de hele zaal rondgaan. Elke keer weer flemend bij een andere schoonheid. ‘Niks voor mij, zo’n charmeur,’ besloot ik direct.

Ik had mijn draai algauw gevonden. Vermaakte me uitstekend. Deed een dansje, maakte hier en daar een praatje en dronk een glaasje. 

Tot er ineens een lange jongeman voor me kwam staan. Hij stak galant zijn hand naar me uit: ‘Hoi, met wie heb ik het genoegen?’ vroeg hij en keek me doordringend aan. Ik zocht naar de juiste houding en noemde toen mijn naam. ‘Ah, je vriendin heeft me al veel over je verteld!’ zei hij toen. ‘Oh?’ wist ik uit te stoten: ‘Wat dan?’ Hij lachte en wuifde nonchalant zijn opmerking weg. Toen stelde hij voor om buiten verder te praten. ‘Alleen práten dan, he?!’ waarschuwde ik hem gekscherend. Hij knikte. ‘Tuurlijk!’ zei hij oprecht. Ik bloosde en schaamde me meteen voor mijn achterdochtige uitspraak.

Buiten vroeg hij me vanalles. Waar ik vandaan kwam. Welke opleiding ik volgde en wat ik wilde gaan doen. Hij leek serieus geïnteresseerd. Ik vertelde hem dat ik de opleiding voor verpleegster zou gaan volgen en binnenkort ging verhuizen naar een zusterflat. ‘Wat leuk!’ zei hij: ‘Dan kan ik je daar wel eens op komen zoeken!’ ‘Prima!’ deed ik quasi laconiek. Er waren inmiddels al zoveel mensen die dat hadden aangeboden. Ik moest eerst nog maar eens zien wie zich daaraan zou houden.

Na een tijdje liepen we weer terug naar het feest en zocht ik mijn vriendin weer op. Pas heel laat op de avond deden hij en ik nog een dansje. Daarna verloren we elkaar uit het oog. En zo zouden we elkaar ook weer uit het hart verliezen, verwachtte ik..

27. Vergeven

Het was geen nieuws. De naam van mijn vroegere liefde was een begrip geworden. Iedereen kende zijn naam en wist van onze geschiedenis.

De meisjes vonden het spannend als ik over hem vertelde. Vonden het ook wel ‘zielig’ dat we zo uit elkaar waren gehaald. Waren enorm nieuwsgierig naar hoe hij er nú uit zou zien. Maar het leek als een ‘vorig leven’. De liefde van toen had geen plaats meer in ons bestaan van vandaag.

Hoe vaak heb ik niet geroepen dat ‘ze’ me nooit bij hem weg hadden mogen halen. Dat het niet eerlijk was. Dat ze hadden gelogen, toen mij werd gezegd dat ik na hem een veel betere man zou treffen.

Zelfs mijn ouders heb ik er mee geconfronteerd, net na mijn scheiding van de vader van de oudste twee. ‘Was dit hem nou, die betere man?!’ daagde ik hen uit: ‘Ik durf te wedden dat ik het veel beter zou hebben gehad, als ik nog bij mijn jeugdliefde was gebleven.’ Mijn moeder kroop dan in haar schulp. Schuldbewust, leek het wel. Mijn vader hield zich stil. Vertoonde geen enkele emotie.

Totdat hij ziek werd. Ernstig ziek. Ik zie hem nog zitten. Tegenover me, op zijn hoge stoel. In zijn pyjama. Een bleek gezicht. Zijn grauwe handen op zijn schoot gevouwen. Ik zag hoe broos hij was geworden. Maar we hadden het goed samen. Nog nooit hadden we zoveel gedeeld met elkaar.

Die middag praatten we over de vader van mijn twee meisjes. Zijn gedrag was weer eens onuitstaanbaar. Wilde niets en nergens aan mee werken. Alleen maar dwars zitten. Het frustreerde mijn vader dat hij hier geen verandering in aan kon brengen.

En toen -ineens- kwam zijn opmerking. Zomaar tussendoor: ‘Ik heb nog altijd spijt dat ik je destijds..’ Meteen hing ik aan zijn lippen. Hield mijn ogen strak op zijn mond gericht. Ik wilde niets van deze zin missen. Hij zou het eindelijk gaan zeggen!

‘Je moet nu echt even gaan rusten, hoor!’ gebood mijn moeder er zomaar tussendoor. Mijn vader keek verstoord naar haar op en haalde zijn schouders op. Daarna keek hij mij weer aan, maar leek de draad kwijt te zijn.

‘Kom op, pa! Zeg het!’ wilde ik gillen. Het liefst had ik hem bij beide schouders gepakt. Maar in plaats daarvan staarde ik hem nog altijd zwijgend aan en zat ik als verstijft op mijn stoel. Wachtend… op niets.

Langzaam verslapten mijn schouders. Ik boog mijn hoofd en volgde stilletjes hoe mijn vader richting zijn bed werd geholpen. Diep teleurgesteld bleef ik achter. Mijn moeder had zomaar de meest belangrijke zin in mijn leven bruut afgebroken!

Niet lang daarna stierf mijn vader. Nooit had hij de kans meer om zijn zin nog af te maken. Maar ik had genoeg aan de helft ervan. In mijn hoofd had ik allang aangevuld wat hij wilde gaan zeggen. ‘Ik heb nog altijd spijt dat ik je destijds.. bij je grote liefde heb weggehouden!’ Dat was het! Dat wilde hij zeggen. Dat was alles, maar voor mij van zo’n ongelooflijk grote betekenis.

Eindelijk kon ik mijn ouders vergeven. Zij konden ook niet weten hoe mijn leven erna eruit zou zien. Ze hadden vast het beste met me voor gehad. En papa had nu spijt. Spijt van deze grote fout.

Bedankt, pa. Ik vergeef het wel.

 

26. Bericht

Ik tuurde naar de letters op het scherm van mijn telefoon: ‘Ha, meidje, hoe gaat het? Al zo’n tijd niets van je gehoord! Ik kan wel merken dat ik meer aan jou denk dan jij aan mij..’ Ik zuchtte diep en voelde me schuldig. Toen kwam de volgende regel binnen: ‘Nou ja, het zal wel een goed teken zijn. Ik ben blij dat je weer gelukkig bent!’ De afzender deed mijn hart direct sneller kloppen.

Mijn grote liefde van vroeger!

Hij bleek mijn nummer nog te hebben. Ja, en ik had het zijne ook bewaard. Ooit had ik het gewist, omdat ik dacht het nooit meer nodig te hebben. En stiekem wist ik dat het ook in mijn hoofd lag opgeslagen. Maar toen de tijd verstreek werd ik bang het daar te verliezen. En zette ik het weer terug tussen mijn contacten.

En nu was daar ineens dat bericht. Terwijl ik op de puinhopen van het leven zat. Terwijl ik dagelijks liep te piekeren over hoe het nu verder moest en nachten wakker lag over de ellende dat dit huwelijk me had gebracht. Terwijl ik enorm spijt had dat ik toch weer getrouwd was, dacht hij dat ik gelukkig was. Dat ik hem vergeten was. Nooit meer aan hem dacht. Oh, was het maar zo!

Ooit had ik gedacht hem voorgoed achter me te kunnen laten. Hoopte ik dat hij zou vervagen tot enkel een mooie herinnering. Maar nu was hij weer daar. Hij had aan me gedacht. Had de moeite genomen om me toch nog een bericht te sturen. Hij was er nog en nam meteen weer plaats in mijn hart.

Wat moest ik doen? Hem terug berichten? Zeggen dat het goed met me ging? Vertellen dat ik inmiddels gezegend was met nog twee kleine meisjes? Hem doen geloven dat hij gelijk had? Nee, dit was mijn kans om eens eerlijk te zijn. Om de schone schijn eens níet te hoeven ophouden, maar te kunnen práten. Tenminste.. als hij daar open voor zou staan.

Ik besloot het er op te wagen: ‘Inderdaad een tijd geleden. Maar vergeten ben ik je nooit, hoor! Ik hoop in elk geval dat jij gelukkiger bent dan ik..’

25. Het liefst

“En wat zou jij nu het liefst willen?” vroeg mijn therapeut. Sindsdien laat die vraag me niet meer los.
Het liefst? Alles terug draaien en uit de tijd wissen. Dat wil ik het liefst…maar is onmogelijk.

Wat dan?
Kan dat dan echt niet? Of gewoon een mogelijkheid zoeken om het voorval te bagatelliseren? Dat het eigenlijk niet zo erg is als het lijkt? Maar daar zou ik iedereen, inclusief mijn eigen pijn, tekort mee doen. Want het is wèl heel-walgelijk-erg en had nooit mogen gebeuren!
Ik zou er háár mee afvallen. Geen goede moeder zijn. En ik zou er het hèm veel te makkelijk mee maken.

Wat wil ik nu het liefst?
Ik voel me uiteen gescheurd. Een deel van me zegt dat ik hem moet verlaten, om mijn dochter zoveel mogelijk tegemoet te komen. Nu wordt ze telkens weer met hem geconfronteerd en dat moet onverdraagzaam zijn.
Maar dan denk ik aan haar lieve briefje bij hem in de la. Waarin ze hem ‘papa’ noemt en zegt dat iedereen fouten maakt in het leven. Een brief waarin het lijkt dat ze hem vergeven heeft of wilt. Is het dan nodig om zo’n radicaal besluit te nemen? Misschien is het ook beter om hem steeds weer te zien. Om ervan overtuigt te raken dat het werkelijk nooit meer zal gebeuren. Om te leren dat mensen spijt kunnen hebben van hun daden. Zodat hij geen eng, dreigend figuur gaat worden, als ze hem na tijden weer eens tegen zal komen.

Wat wil ik nu het liefst?
Misschien is het beter dat we er een punt achter zetten. Gewoon omdat ik alle vertrouwen in hem ben kwijt geraakt. En is het wel zo handig om hem hier te houden met alle risico’s van dien? Ja, hij zegt wel dat het nooit meer zal gebeuren. Dat hij enorm spijt heeft en het verschrikkelijk vindt. Maar ja, dèstijds had ik hem ook niet zo ingeschat. Dacht ik ook dat hij de enige man was die zijn seksuele driften aardig in bedwang kon houden. Dat hij iemand was die trouw hoog in het vaandel had staan.. Maar ook dat bleek allemaal een illusie. Dus waarom zal dat nu anders zijn?

Wat wil ik nu het liefst?
Wat verschrikkelijk zal het zijn voor onze kindjes, als we uit elkaar moeten door zo’n ontiegelijk stomme fout! Was dat niet in hem op gekomen, toen het voorviel?! Dat hij heel wat op het spel zette? Niet alleen zijn eigen levensvreugd, maar ook dat van zijn eigen twee kleine onschuldige dochters?
Mijn oudste meiden hebben het al mee moeten maken. Een scheiding.. het is zo afschuwelijk! Moet ik dat mijn andere twee dan ook nog aan doen? Dat kan en mag toch niet?!

We zouden op vriendschappelijke basis verder kunnen gaan. Afzonderlijk van elkaar. Dat de kleintjes hem toch regelmatig blijven zien. Want wat zullen ze hem missen!

Misschien kan hij bij zijn moeder gaan wonen. Zij heeft een hoop volk en gezelligheid om zich heen. Hij zal zich minder eenzaam voelen dan… als we uit elkaar zullen gaan.
Of hij kan emigreren naar de rest van zijn familie. Dat is een droom van hem. Daar heeft hij altijd al willen wonen en voelt hij zich helemaal thuis. Tussen als zijn ooms, tantes, nichten en neven..

Wat wil ik nou het liefst?
Ik wil het beste voor mijn kinderen. Het beste voor iedereen!
Ik wil niemand ongelukkig maken. Niet nòg meer gebrokenheid in het leven van de kids..

Wat wil Ik?

24. Erbuiten gezet

Het hoge woord is eruit. Mijn dochter lijdt aan PTSS. En ik ben het ermee eens. Want Post Traumatisch is ze, na alles wat haar is aangedaan. Het kan niet anders dan dat ze er door beschadigd is. Misvormd is misschien.

Nu willen ze haar behandelen met EMDR. Ze zou alles moeten herbeleven. Resetten. Om het daarna een plekje te kunnen geven. Mooi..

Pfft… Ik moet er niet aan denken!! Dat ze terug ziet wat haar is overkomen. Dat ze weer voelt hoe het is om betast te worden op de meest intieme plaatsen. Ik huiver bij het schrijven hiervan en een misselijk makend gevoel overmand me. Rillingen over mijn lijf! Mìjn lijf, terwijl ik het niet eens zelf heb meegemaakt..

Maar ja, wat ìk nu voel en vind is helemaal niet belangrijk. Hoe vaak me dat al in het voorafgaande traject is verteld! Alles wat met mijn dochter wordt besproken zal strikt geheim blijven. Zonder mijn dochters toestemming zal er niets worden gedeeld met mij, haar moeder.De laatste keer dat me dat gezegd werd, was het alsof ik de ogen van de psycholoog samenzweerderig richting die van mijn dochter zag glijden. Alsof ik er buiten werd gezet. Ik tel niet meer. Ik ben máár haar moeder..

Het voelt alsof ik medeplichtig ben aan het leed dat haar is aangedaan. Alsof ik erin ben gefaald het alles te voorkomen. Daardoor geen recht meer heb op mijn dochter.

Maar ik weet ook dat ik niet laconiek ben geweest. Dat ik haar altijd heb gewaarschuwd voor de gevaren in het leven… de foute mannen.

Had ik het maar meteen door gehad! Was ik er maar meteen bij geweest. Hàd ik het maar kunnen voorkomen..

Mijn hart huilt. Is verscheurd. Ik wil mijn dochter beschermen. Dicht tegen me aandrukken en troosten. Maar ik ben er buiten gezet. De therapeut heeft het van me over genomen. Ik heb mijn dochter negen maanden onder mijn hart mogen dragen. Haar op de wereld gebracht. Haar aan mijn borst gehad. Op mijn schoot gekoesterd. De eerste stapjes leren te zetten. Haar voor het eerst naar school gebracht..

En nu… nu ze door het leven gebroken is. Nu ze me misschien wel het meest nodig heeft.. Nu wordt ze me afgenomen. Een ander zal het van me overnemen. Want mij is het niet gelukt haar ongeschonden groot te brengen.

Ik voel me er buiten gezet..

23. Verliefd

We waren beiden niet van plan om verliefd te worden. Zijn relatie was nog niet zo lang voorbij. En ik moest er niet aan denken me weer te binden aan een man. Tot nu toe had dat me niet veel goeds opgeleverd.

Toch vond ik het prettig om af en toe mijn verhaal kwijt te kunnen. Dan mailde ik hem. Met een beetje geluk kreeg ik de volgende dag alweer antwoord. Dat was best fijn. Want ik had verder geen tijd voor het sociale gebeuren. ’s Avonds moest ik thuis zijn bij de kids. En overdag moest er gewerkt worden. Was het niet voor mijn werkgever, dan was het wel in huis.

Op een dag stapten we over op MSN. Dan sprong ik achter de computer, zodra de meisjes op bed lagen. Soms duurde het even voor hij online kwam. Maar zodra hij er was, was hij één en al oor. Uren zaten we zo te babbelen. Ik deelde wat ik meemaakte met de kids. Grappige gebeurtenissen. Maar ook de drama’s uit het verleden. En hij luisterde. Gaf op z’n tijd een passende opmerking of een wijs advies.

En zo werd het een vanzelfsprekendheid. Een moment waar ik naar uitkeek. Als hij niet online kwam, miste ik hem. Stuurde ik hem een mail. Gewoon om mijn dag toch met hem te delen.

Op een dag wilde hij me ontmoeten. Niet meer via de computer, maar in het echt. We spraken af om een wandeling op de heide te maken. Op een tijd dat de meisjes nog op school zaten.

Die dag had het enorm gesneeuwd. Maar ik dacht er niet aan om de afspraak af te zeggen. Ondanks het weeralarm reed ik richting de afgesproken plek. Daar stond hij al op me te wachten. 

Eigenlijk heb ik niets met sneeuw en kou. Blijf ik het liefst binnen zitten met de verwarming hoog. Maar deze dag had ik het niet koud. We liepen over de heide. Door de sneeuw waren de paden onzichtbaar geworden. We kozen ons eigen pad. Dwars door alles heen.

We hadden enorm veel lol. We gooiden sneeuwballen en zeepten elkaar in met sneeuw. Ik voelde me weer jong en zorgeloos. Kon even alles vergeten wat er was gebeurd.Ik voelde me verliefd. Verliefd op dit fijne. Dit onbezorgde. Misschien zelfs wel op hem.

Algauw maakte hij kennis met de meisjes. Wat was hij begripvol, toen ze niet meteen enthousiast reageerden. ‘Ik begrijp dat het even vreemd voor jullie is. Maar ik beloof goed voor jullie moeder te zorgen.’ En dat stelde hen gerust. Stukje bij beetje leerden zij elkaar beter kennen. Was hij steeds vaker bij ons. En werd het normaal. Hij begon bij ons te horen en wij bij hem. 

Toen ik zwanger van hem bleek te zijn, was het wel even slikken. Hoe zouden de meisjes het vinden? Ik stelde het zo lang mogelijk uit om het hen te vertellen. Maar uiteindelijk moest het er toch van komen. 

We riepen de meisjes bij ons. ‘Mama verwacht een kindje,’ vertelde ik hen. Even was het stil. Daarna porde de oudste de jongste in de zij en riep: ‘Zie je nou wel! Ik zei het toch!’ Ze hadden al zo’n vermoeden. Dat maakte het een stuk makkelijker.

We besloten te trouwen. Ik vond het nog best eng. Maar het leek ons het beste voor de kids. Zo wisten ze waar ze aan toe waren. Dat het niet zomaar iets was.

Het werd een bescheiden bruiloft. We trouwden op een dag dat het kosteloos was op het gemeentehuis. Toen ik mijn ‘ja-woord’ gaf, voelde ik me blij en gelukkig. We waren weer compleet. Er was zelfs nieuw leven op komst. Een nieuwe mooie toekomst, met een liefdevolle man aan mijn zij. 

A dream come true?

Confronterend

Ik loop met mijn ziel onder mijn arm. Met wie zal ik nu kunnen praten? Ik wil graag even mijn verhaal kwijt, nadat ik net weer met de man van Slachtofferhulp heb gebeld. Het was een verhelderend gesprek. Ik had er echt wel wat aan. Samen de rechtszaak doorgesproken. De strafeis van de rechter.. Maar het is ook steeds weer zo confronterend. Op zo’n moment kan ik er echt niet meer om heen.

Er zijn weinig mensen die er van af weten. Het is ook niet makkelijk, zo’n onderwerp. Als je bus is gestolen, kan je daar met iedereen uitgebreid over brainstormen. Maar een zedendelict.. dat is toch wel even iets anders!

Volgende week is de uitspraak. Daar zal ik bij zijn, met mijn dochter. Het komt nu wel erg dichtbij. Ik heb mijn werk voor die dag al af kunnen zeggen. De oppas is ook geregeld. Mijn moeder zal die dag de kleintjes nemen. Mijn moeder. Natuurlijk! Ik zou best háár even kunnen bellen om mijn verhaal te doen.

Ik draai haar nummer. Het duurt een tijdje voor ze opneemt. Even ben ik bang dat ze al aan het avondeten zit. Maar dan neemt ze toch op.

‘Hoi ma! Met mij.’ Ik weet even niet hoe ik beginnen moet. Zal ik meteen zeggen dat ik met Slachtofferhulp heb gesproken? Hoe we alles hebben doorgesproken, ook vast voor volgende week. Hoe moeilijk ik het vind om er steeds weer mee geconfronteerd te worden. Maar ook gerechtigheid wil.

‘Ha! Waarvoor bel je?’ hoor ik aan de andere kant van de lijn. Ik besluit het gesprek langzaam die kant op te buigen: ‘Kunt u volgende week nog oppassen? U weet wel, wanneer we naar de rechtbank moeten voor de uitspraak..’ ‘Ja. Daar heb ik toch op gerekend?!’ zegt ze meteen.’Ja, nou ja, ik dacht misschien…’

‘Oh, moet je luisteren!’ onderbreekt ze me direct. Dan vertelt ze over de fysiotherapeut waar ze wekelijks een afspraak heeft. ‘Ik heb nu al twee keer gelopen.. je weet wel, met die stokken.. en het gaat best goed.. vandaag een dagje rustig aan gedaan.. Ik moet nu ook aan de Diclofenac.. Moet ik daar ook die maagbeschermers bij gebruiken? Ja, jij kan het weten.. Jij bent natuurlijk zuster!’ Een lach galmt door de telefoon.

Ik heb de mood niet om mee te lachen. ‘Tja..,’ laat ik klinken.

‘Ja, moet je weten.. je zwager moest natuurlijk ook naar de dokter. Hij is natuurlijk veel te dik! Moet nu lijnen voor zijn gezondheid. Ach, je weet wel hoe dat gaat, he?!’ Weer een lach.

‘Ja,’ doe ik kort en prik wat in het vlees dat voor me staat te pruttelen.’Wat sta je te doen?’ toont ze eindelijk interesse. ‘Gewoon, eten koken. Maar ik eh…’

‘Oh ja, nou ik heb het eten ook opstaan, hoor! Vind je zeker wel goed van je moeder?! Vorige week had ik echt zo’n baalweek… slecht gegeten, enzo.. Maar nu heb ik aardappels geschild. Doe ik dan wat doperwtjes bij…’ ‘Ja, ma, maar…!’ doe ik nog een laatste poging.

‘Goed!’ zegt ze dan: ‘Ga maar gauw met het eten verder! Ik hoor je nog wel een keer. Fijne avond!’ ‘Oke, mam,’ ik probeer de teleurstelling niet door te laten klinken: ‘Doeg ma.’ Maar de verbinding is al verbroken. Ik zucht. Als zelfs mijn moeder al geen tijd voor me heeft..

Ik loop met mijn ziel onder de arm.