34. In vertrouwen

‘Het is teveel. Te gecompliceerd. Te zwaar om alleen te dragen,’ waren de woorden van de man op het scherm. We staarden alledrie naar het beeld. Onze therapeut, de vader van de jongste twee en ik. We knikten en wachtten op zijn oplossing.

Onze therapeut had de raad ingeroepen van haar collega. Ze had mijn vertrouwde therapeut van vroeger gevraagd eens mee te denken. Hij was betrokken geweest bij mijn vorige relatie. Had mij destijds door de scheiding geholpen van de vader van de oudste meisjes, die narcistisch was.

Nu hadden we een Skype-sessie met hem. Hij woonde te ver weg om persoonlijk deel te nemen aan het gesprek. Maar de boodschap was over gekomen en zijn conclusie duidelijk.

Teveel. Te zwaar. Te gecompliceerd. Hoe nu verder? ‘Jullie moeten dit niet langer geheim blijven houden. Ga ermee naar mensen, die je in vertrouwen durft te nemen. Praat erover en hoor hun visie aan. Alleen het delen ervan zal al verlichting kunnen geven.’

We spraken af met wie we zouden praten. Het moest in elk geval iemand van beide families zijn. Mijn moeder? Moesten we haar hier nou wel mee belasten? Zijn moeder? Hetzelfde verhaal. Zijn zussen? Mijn zussen?

‘Spreek van te voren af dat je iets te vertellen hebt, maar geen oplossing van hen verwacht,’ was zijn raad. En daarmee zouden we eindelijk het geheim doorbreken.

Het voelde eigenlijk wel prettig. Eindelijk praten over hetgeen me al die jaren al bezig houdt. Eindelijk kunnen uitleggen dat mijn leven helemaal niet zo rooskleurig is als het er uitzag. Niet langer op mijn tenen hoeven lopen om de schijn op te houden.

We spraken af dat ik eerst mijn moeder zou inlichten. En hij zijn zus, omdat het contact met zijn moeder, zonder aanwijsbare reden, op een erg laag pitje was komen te staan. Met deze twee mensen hadden we dan een start gemaakt en konden we zien wat het uit zou werken.

Met de dag werden mijn verwachtingen sterker. Ik hoopte dat mijn moeder en schoonzus toch hun afschuw over het misbruik uit durfden spreken. Dat ze me zouden steunen en me in de gelegenheid zouden stellen mijn plan te trekken. Bereid zouden zijn me eventueel financieel te ondersteunen.

‘Mam, ik moet wat vertellen.. Ik vind het echt heel rot om te zeggen. Maar ik loop er al jaren mee..’ Die ochtend zat ik bij haar aan de keukentafel. Ik voelde hoe mijn lijf begon te trillen. Ik had mijn emoties niet meer onder bedwang en begon te huilen. Tranen biggelden over mijn wangen en even was ik niet in staat om verder te praten..

‘Weet u..,’ snikte ik even later verder. En toen vertelde ik over de dag dat de school van mijn dochter belde. Over het gesprek dat volgde met mijn dochter. Over het misbruik dat had plaatsgevonden. Over de therapiesessies en het wantrouwen. Ik gooide alles eruit. Mijn moeder zuchtte tussen de regels door en haar gezicht stond ernstig.

‘Wat verschrikkelijk voor jullie!’ zei ze uiteindelijk: ‘en nu?’ ‘Mam, ik weet het werkelijk niet! Ik zou niet weten hoe het verder moet..’ ‘Meisje, je verhaal is hier in elk geval in vertrouwde handen. Ik zal er met niemand over praten. Ik durf zelfs je zussen niet in te lichten hierover,’ zei ze uiteindelijk.

‘Enneh.. praat er verder maar met niemand over. Daar heb je toch niets aan.’

Dat bleek wel weer..

Liefde

Je streelt me. Je vingers glijden langzaam over mijn rug. Je handen voelen heerlijk warm. Je drukt je lippen zacht in mijn nek. Ik hoor je hijgen, maar ik krimp in elkaar.

In mijn hoofd speelt zich een gevecht af. Wat heb ik behoefte aan deze aanrakingen, liefkozingen. Maar niet nu! Niet nu onze relatie op scherp staat. Nu je alle afspraken aan je laars lijkt te lappen. Je schijt lijkt te hebben aan alle adviezen die de therapeuten je ooit hebben gegeven.

Je zou gaan praten. Vertellen wat er is gebeurd. Je zou het opbiechten aan je familie. Zodat zij ook begrijpen waar het mis ging.

Je zou luisteren. Luisteren naar de pijn. Je zou open staan voor boosheid, verdriet, achterdocht en alle andere gevolgen die jouw misdaad heeft veroorzaakt.

Maar je doet er niets mee. Je praat niet, je luistert niet. Leeft gewoon door, alsof er niets is gebeurd.

Je haalt me aan. Je probeert me te zoenen. Maar ik druk mijn lippen stijf op elkaar. Het lukt me niet deze te beantwoorden. Ik lijk te verstenen. Te bevriezen.

Oh, wat wil ik het graag! Verdrinken in de liefde. Me mee laten voeren in het liefdesspel. Alles om me heen vergeten. Intens genieten en liefhebben..

Maar ik voel de liefde niet. Dus kan ik het niet.

Stilte 

Stilte. Ik verlang naar volkomen stilte. En in die stilte, wil ik voelen. Echt voelen. Intens het gevoel binnen laten van pijn, gebrokenheid. Maar ook van liefde.

Het lijkt alsof er geen plaats meer is voor gevoelens. Het leven lijkt meer op een computerspel. Met steeds weer nieuwe hindernissen. Steeds weer een hoger level. Ik spring en buk en kruip er doorheen. Steeds meer punten, met verlies van steeds meer levens. Waar houdt het op? Bij welk level zal het ‘game-over’ zijn?

Ik wil leven. Echt leven. Intens leven. Voelen waar ik mee bezig ben. Niet gedachteloos doorgaan. Me laten overspoelen, met als enig doel het hoofd boven water houden. Ik wil niet stikken. Maar de golven trotseren. Berekenen. Zien rollen. Op me af zien komen. En springen op het juiste moment.

Ik wil op adem komen. Rustig bijkomen, voordat de volgende slag geslagen moet worden. Op kracht komen om het alles weer te kunnen doorstaan. Om te leren. Te triomferen. Mijn neus in de lucht. Een glimlach op mijn gezicht. Het gevoel van moed en dapperheid. Het gevoel van leven!

Ik wil geen robot meer zijn..

Me-time

Ik kijk op de klok. Nog zo’n anderhalf uur voordat ik werken moet. Mooi! Ik nestel mezelf op de hoek van de bank. Gooi mijn voeten recht vooruit. Duw een kussen naast me en één achter mijn rug. Wiebel wat heen en weer. Zit prima zo! Dan haal ik mijn mobiel tevoorschijn. Dat is toch wel het makkelijkste. Het typt prettig en niemand heeft door dat ik aan het bloggen ben.

Even sluit ik mijn ogen om me te concentreren op wat ik schrijven wil. Ik ga terug in de tijd. Naar toen ik 18 jaar was. Ik probeer te voelen wat ik toen voelde. Hoe ik in het leven stond en waar ik mee bezig was. Smoorverliefd was ik. En even voel ik dezelfde warmte als ik toen voelde.

‘Mam!’ hoor ik dan. Dochter komt de kamer binnen en vraagt aandacht. Ik ben uit mijn verhaal. Ietwat geïrriteerd kijk ik op. ‘Wat is er?!’ ‘Nee, laat maar. Ik heb het al..!’ Ik mompel iets van ‘oke’ en ga terug naar waar ik gebleven was. Dan zit ik weer op mijn kamertje, in de zusterflat en wacht op mijn geliefde. Spannend! Zenuwachtig loop ik naar de spiegel. Zit mijn haar wel goed?

De vaatwasser piept. Klaar met zijn programma. ‘Dat kan nog wel wachten,’ besluit ik. Nu is het ‘me-time’! In gedachte zet ik de tijd iets vooruit en zie ons languit liggen op het bed. De enige comfortabele plek die mijn kamertje rijk is. Mijn geliefde en ik bekijken wat jeugdfoto’s van me. Ondertussen strijkt zijn hand liefdevol door mijn haar. Ik kijk opzij en kus zijn wang.

Dochter twee komt binnen. ‘Weet u wat ik vandaag hoorde?’ Ik heb geen idee. Wil het eigenlijk ook even niet weten. Ik wil in mijn verhaal blijven, maar dochter-lief denkt daar anders over. ‘Mam, luistert u wel?!’ klinkt het verwijtend. ‘Huh? Wat?’ ‘Nou, weet u.. ik hoorde..’ Langzaam vervaagd het beeld van mij en mijn grote liefde. Ik wordt terug geroepen naar deze tijd.

Kleine dreumes klimt op mijn schoot. ‘Ikke schoot zitten!’ ‘Mama is even bezig, lieverd!’ Ze stampvoet en zet het op een gillen. ‘Ikke jouw schoot!’ maakt ze nogmaals duidelijk. Ze worstelt zichzelf de bank op en neemt plaats op mijn benen. Ze werkt haar rugje achterover tegen mijn buik. Haar armpje gaat omhoog en ik voel haar handje in mijn nek kriebelen. Zo lief! Even geniet ik van het moment. Maar wil dan weer terug naar mijn verhaal. Mijn herinnering. Daar, op dat bed..

De deurbel. ‘Wie doet er open?’ roep ik. Geen antwoord. Ineens lijkt niemand zich meer in de kamer te begeven. Dan moet ik het zelf maar doen. Peuter zet ik naast me op de grond. Zuchtend loop ik richting de deur. ‘Hallo mevrouw. Heeft u even tijd?’ Ik wil zeggen dat het niet schikt, maar hij staat al te zwaaien met het pasje dat mij moet vertellen dat hij betrouwbaar is. ‘Ik heb een geweldig mooi aanbod voor u. Alleen vandaag!’ Misschien verwacht hij nu een dankbare glimlach, maar ik kan niets anders zeggen dan dat ik geen interesse heb. ‘Maar mevrouw, dan doet u zichzelf ongelooflijk tekort!’ Tja, inderdaad. Ik had gewoon niet naar die deur moeten lopen. Daar gaat mijn tijd!

Als ik de jongeman eindelijk heb kunnen aftroeven, loopt hij met hangende schouders de tuin weer uit. Ik loop in dezelfde houding terug naar de bank. Daar zit de kleine meid, triomfantelijk in het hoekje: ‘Ikke buite pele!”Ik wil niet..’ Maar daar heeft zij geen boodschap aan. Ze rent al naar de kapstok en haalt haar jas tevoorschijn. Haar schoentjes volgen. ‘Oke dan!’ geef ik toe. Ik haal mijn mobiel uit mijn zak en stop hem in mijn handtas.

Er is blijkbaar geen tijd voor ‘me-time’. Het is weer ‘we-time’.

32. Vraagtekens

‘Ik wil met jullie teruggaan naar het moment waarop het misbruik aan het licht kwam,’ stelde de therapeut voorzichtig voor. We zaten in het kleine kamertje. Met z’n drieën, schuin tegenover elkaar en vormden zo een gespreks-driehoek. ‘We beginnen bij jou,’ zei ze, met een knikje mijn richting uit. Ik haalde diep adem. Het woord ‘misbruik’ was al afschuwelijk om te horen. Laat staan om erover te praten.

Ik dacht diep na om woorden te geven aan dat verschrikkelijke moment dat mijn dochter het vertelde: ‘Het was alsof er een koude hand om mijn hart werd gelegd. Alsof mijn keel werd samengeknepen. Maar tegelijk kon ik het ook niet geloven,’ zuchtte ik. ‘Toen het tot me doordrong was het alsof de hele basis, alles waar we op hadden gebouwd, werd weggeslagen. Onder mijn voeten werd plat-gebombardeerd. En ik op de ruïne’s moest leren verder te leven.’

Het was niet de eerste keer dat ik zo’n ervaring had. In mijn eerste huwelijk was ik daar al vaker tegenaan gelopen. Telkens, als ik er weer achter kwam dat de vader van de oudste meisjes helemaal niet zo’n nette jongen bleek te zijn, als ik had vermoed. ‘Ik was misschien inmiddels gewend om door te gaan. Na elke klap die ik te verwerken kreeg, in het verleden, krabbelde ik ook weer op. Strompelde verder. Roeide ik door, met dat wat ik nog over had van de riemen. Zo voelde het toen ook!’

Ik keek opzij en peilde zijn reactie. Ik zag dat zijn ogen rood waren, maar er waren geen tranen. Zwijgend zat hij daar en ik ging verder: ‘Toen bleek ik ook nog eens zwanger! Dat was de druppel. Ik overzag het niet meer. Wist niet meer hoe ik alleen verder moest gaan.’ Ik vertelde over de onmacht die ik voelde. De pijn. Maar ook de onzekerheid over de keuze die ik toen had gemaakt.

‘Hoe is dat voor jou om te horen?’ vroeg de therapeut aan de man rechts van mij. Hij keek verschrikt op. ‘Rot!’ klonk het schuldbewust.

‘De enige reden dat ik nu nog bij je ben, is voor onze kinderen,’ ging ik verder:’En omdat we het fatsoen hebben om normaal met elkaar om te gaan.’ Hij knikte langzaam en mompelde: ‘Dat snap ik.’

‘Voor mij kwam het misbruik als donderslag bij heldere hemel,’ legde ik uit: ‘We hadden het toch goed samen? Ik was dankbaar dat ik je was tegengekomen. Blij dat ik ook eens mocht meemaken wat het is om ‘gelukkig-getrouwd’ te zijn. Ik voelde me een team met je. Samen-één. Maar dat is nu helemaal weg.’

‘Maar hoe kwam het dan tòch zover?’ vroeg de therapeut, met haar blik op hem gericht. Ik zag hoe hij aarzelde. Wiebelde op zijn stoel. Hoe hij de vloerbedekking bestudeerde en toen weer naar mij keek. ‘Ervoer jij jullie huwelijk ook zo, zoals zij het omschreef?’ moedigde de therapeut hem aan om toch wat te zeggen. Ik hield mijn ogen op hem gericht. Keek hem verwachtingsvol aan. Hij zou dit toch ook beamen? Zeggen dat hij er hetzelfde instond als ik.

‘Nee,’ kwam er na lange tijd uit. ‘Nee, ons huwelijk was toen even wat minder.’ Verward keek ik van de één naar de ander. Ik begreep er niets van. Wilde schreeuwen: ‘Hoe kan dat nou?!’ Maar dat was niet volgens de instructies. Ik zou moeten luisteren. Stil zijn. Geduldig wachten op wat komen ging. Ik beet op mijn lip.

‘Nee,’ begon hij zijn relaas: ‘Ik had het idee dat ze me toch niet vertrouwde. Dacht eigenlijk dat het kwam door haar vorige huwelijk. Daarin was ze natuurlijk al behoorlijk beschadigd. En nu merkte ik het ook. Ze stelde me veel vragen. Wilde alles van me weten. Over mijn verleden. Over de tijd dat ik haar nog niet kende,’ hoorde ik hem uitleggen.

Waarom heeft hij me dat nooit gezegd? Dat hij het zo interpreteerde? Dat hij het zag als een kruisverhoor, in plaats van interesse? ‘We hadden toch afgesproken dat we open en eerlijk naar elkaar zouden zijn?!’ interrumpeerde ik hem nu: ‘Dat we alles tegen elkaar zouden zeggen? Dat we geen geheimen voor elkaar zouden hebben? Ja toch?’ Ik kon het niet laten hem doordringend aan te kijken: ‘Voor mij was dat een stukje investeren. Investeren in onze relatie. Omdat we dat zo hadden afgesproken en ik zuinig wilde zijn op wat we hadden. Maar dat is nu ver te zoeken. Ik stel geen vragen meer, omdat het me niets meer kan schelen! Al zou je vreemdgaan. Zolang je maar van mijn kinderen afblijft!’ gooide ik er in een keer uit.

‘Zoo’, was alles wat hij zei. Het klonk ietwat geschrokken en even zette hij grote ogen op. Verder niet. Het bleef ineens doodstil.

In die stilte bedacht ik me, dat hij misschien wel ‘verliefd’ was geweest op mijn dochter. Omdat de relatie met mij, volgens hem, even ‘wat minder’ ging. Zou dat het zijn geweest? Was dat dan de oorzaak? De reden om te doen wat nooit had mogen gebeuren? En hoe was dat dan nu? Nu onze relatie op zo’n laag pitje was komen te staan, dat ons huwelijk alleen nog maar was gebaseerd op het gezamenlijk hebben van twee kleine meisjes?

‘Mensen, het is al kwart over acht. Tijd om af te ronden,’ onderbrak de therapeut de stilte: ‘Er hangt nog een groot vraagteken in de lucht. Maar dat laten we maar even zo. Over twee weken zullen we het weer oppakken.’ Ik knikte gedwee. Het was een groot, onopgelost, vraagteken, ja. Dat hing er en zou er voorlopig blijven.

En eigenlijk was het er al jaren. Maar inmiddels was het nog veel groter dan voorheen.

What’s in a name

Safealove. Oftewel Safea Love. Door sommigen ook wel opgemerkt als Safe-a-love. Het schept blijkbaar nogal wat verwarring. Daarom een blogje aan mijn pseudoniem gewijd.

Lange tijd zat ik te dubben. Het leek me heerlijk om mijn verhaal te doen, zonder erbij na te hoeven denken wat ik wel en niet kwijt kon. Er was inmiddels een groot geheim in ons leven geslopen, waar ik het liefst in alle openheid over wilde praten.

Al jaren schrijf ik een dagboek. Ik heb al ontelbare woorden toevertrouwd aan levenloos papier. Het hielp me gebeurtenissen te verwerken of chaos in mijn hoofd weer op een rijtje te krijgen. Maar ik miste de feedback. Dat wilde ik ook graag eens horen.

Dus bloggen leek me een goede oplossing. Onder gefingeerde naam.

Ik ging op zoek naar iets wat bij mij paste. Bij mij, of bij de geschiedenis die ik droeg. Zo kwam ik bij ‘Safea’, wat ‘reine’ of ‘onschuldige’ betekent.

Niet dat ik mezelf zo’n rein of onschuldig iemand vind. Maar ik hecht er wel veel waarde aan. Helemaal wat de liefde betreft. Dus mijn zogenaamde achternaam werd ‘Love.’ Reine of onschuldige liefde dus..

Toen ik, onbewust, de twee namen achter elkaar zette, ontstond daar Safealove. In eerste instantie zei het me weinig. Gewoon een samengevoegd geheel, meer niet.

Tot ik ineens zag dat er tevens Safe-a-Love was komen te staan. Ook sommige lezers merkten dat op in hun reacties. Wat bijzonder! Toepasselijker kon toch eigenlijk niet?! Er was heel wat liefde te redden. Liefde waar ik zuinig op wilde zijn. Met name de liefde voor mijn kinderen, na alle tegenslagen die we te verwerken hadden gekregen.

Safe-a-Love! Redt de Liefde! Het zou een lijfspreuk kunnen zijn. Want liefde is zo groots, zo mooi. Liefde zou zoveel aan ellende op kunnen lossen. Was er maar meer van in deze wereld!

‘De liefde is geduldig, de liefde is vriendelijk, de liefde is niet jaloers. Zij doet niet gewichtig en is niet trots, zij kwetst niet, is niet egoïstisch en voelt zich nooit beledigd, zij neemt niemand iets kwalijk, zij is niet blij met onrecht, maar juist met de waarheid. De liefde beschermt altijd, heeft altijd vertrouwen. Aan de liefde komt nooit een einde.’

29. Geen zin meer

Eigenlijk was ik gewoon ‘therapie-moe’. Had ik helemaal geen zin om weer in gesprek te gaan met een vreemde. Mijn verhaal te doen. Het vòlgende verhaal! Alsof het nooit eens ophield met al die drama’s.

Jarenlang had ik gesprekken gehad om mijn vorige huwelijk te redden. Zonder resultaat. Het was keihard op de klippen stuk geslagen. En dan zou ik nu weer over alle ellende van een volgend huwelijk moeten beginnen?

Ik had gewoon zin in rust. In harmonie in het gezin. Veiligheid voor de kinderen. Wilde een gelukkige jeugd voor hen. Tenminste.. voor de rest van hun jeugd. Want hun jonge jaren waren al verziekt.

Ik had geen zin in relatie-therapie. Wat was het nut daarvan? Er was een onherstelbare breuk geslagen. Wilde ik dat dan nog proberen te lijmen?

Wat zou me nog bij hem houden? Was het omdat ik ooit gedacht had nu wèl de juiste persoon te hebben gevonden? Of omdat ik eindelijk had ervaren hoe het ook anders kon in een huwelijk? Hoe het was om samen een team te zijn. Maatjes. Een eenheid. Samen de zorg voor de kinderen en voor het inkomen te dragen.

Hah, dat was dus allemaal een valse illusie gebleken! De financiën waren schrijnend. Ik had er nog nooit zo triest voorgestaan. En wat de meisjes betrof was wel gebleken hoe ‘goed’ hij voor hun heeft gezorgd. De veiligheid in huis was ver te zoeken.

Maar moest ik nu dan weer overnieuw beginnen? Een eind achter de relatie zetten? Weer alléén verder gaan, met twee kleine meisjes extra en daarbij ook nog een schuld op mijn schouders? Het was al zo zwaar toen ik mijn vorige relatie verbrak. Loodzwaar! Keihard werken om rond te komen. Alleen voor de meisjes zorgen. Proberen vader en moeder tegelijk te zijn..

Wat voelde ik me gezegend toen hij in ons leven kwam. Toen ik zag hoe de meisjes hem accepteerden als een vader. Hoe ze weer mannen-dingen meemaakten. Klussen in het huis. Fietsen die gerepareerd werden. Een consequente-mannen-opvoeding. Het was er weer allemaal!

Wilde ik daar nu weer een eind aan maken? Radicaal, zonder enige moeite voor herstel?

Toch zijn we er met z’n allen volop ingegaan. Mijn grootste wens is dat mijn dochter geholpen zal zijn met de EMDR-sessies. De vader van de kleintjes is in dader-therapie gegaan. Ik hoop dat hij zo inzicht zal krijgen in het leed dat hij haar en het hele gezin heeft aangedaan.

Zelf heb ik zo nu en dan gesprekken met een therapeut. Gewoon iemand die met me meedenkt over hoe het nu verder moet.

Op hoop van zegen.

25. Het liefst

“En wat zou jij nu het liefst willen?” vroeg mijn therapeut. Sindsdien laat die vraag me niet meer los.
Het liefst? Alles terug draaien en uit de tijd wissen. Dat wil ik het liefst…maar is onmogelijk.

Wat dan?
Kan dat dan echt niet? Of gewoon een mogelijkheid zoeken om het voorval te bagatelliseren? Dat het eigenlijk niet zo erg is als het lijkt? Maar daar zou ik iedereen, inclusief mijn eigen pijn, tekort mee doen. Want het is wèl heel-walgelijk-erg en had nooit mogen gebeuren!
Ik zou er háár mee afvallen. Geen goede moeder zijn. En ik zou er het hèm veel te makkelijk mee maken.

Wat wil ik nu het liefst?
Ik voel me uiteen gescheurd. Een deel van me zegt dat ik hem moet verlaten, om mijn dochter zoveel mogelijk tegemoet te komen. Nu wordt ze telkens weer met hem geconfronteerd en dat moet onverdraagzaam zijn.
Maar dan denk ik aan haar lieve briefje bij hem in de la. Waarin ze hem ‘papa’ noemt en zegt dat iedereen fouten maakt in het leven. Een brief waarin het lijkt dat ze hem vergeven heeft of wilt. Is het dan nodig om zo’n radicaal besluit te nemen? Misschien is het ook beter om hem steeds weer te zien. Om ervan overtuigt te raken dat het werkelijk nooit meer zal gebeuren. Om te leren dat mensen spijt kunnen hebben van hun daden. Zodat hij geen eng, dreigend figuur gaat worden, als ze hem na tijden weer eens tegen zal komen.

Wat wil ik nu het liefst?
Misschien is het beter dat we er een punt achter zetten. Gewoon omdat ik alle vertrouwen in hem ben kwijt geraakt. En is het wel zo handig om hem hier te houden met alle risico’s van dien? Ja, hij zegt wel dat het nooit meer zal gebeuren. Dat hij enorm spijt heeft en het verschrikkelijk vindt. Maar ja, dèstijds had ik hem ook niet zo ingeschat. Dacht ik ook dat hij de enige man was die zijn seksuele driften aardig in bedwang kon houden. Dat hij iemand was die trouw hoog in het vaandel had staan.. Maar ook dat bleek allemaal een illusie. Dus waarom zal dat nu anders zijn?

Wat wil ik nu het liefst?
Wat verschrikkelijk zal het zijn voor onze kindjes, als we uit elkaar moeten door zo’n ontiegelijk stomme fout! Was dat niet in hem op gekomen, toen het voorviel?! Dat hij heel wat op het spel zette? Niet alleen zijn eigen levensvreugd, maar ook dat van zijn eigen twee kleine onschuldige dochters?
Mijn oudste meiden hebben het al mee moeten maken. Een scheiding.. het is zo afschuwelijk! Moet ik dat mijn andere twee dan ook nog aan doen? Dat kan en mag toch niet?!

We zouden op vriendschappelijke basis verder kunnen gaan. Afzonderlijk van elkaar. Dat de kleintjes hem toch regelmatig blijven zien. Want wat zullen ze hem missen!

Misschien kan hij bij zijn moeder gaan wonen. Zij heeft een hoop volk en gezelligheid om zich heen. Hij zal zich minder eenzaam voelen dan… als we uit elkaar zullen gaan.
Of hij kan emigreren naar de rest van zijn familie. Dat is een droom van hem. Daar heeft hij altijd al willen wonen en voelt hij zich helemaal thuis. Tussen als zijn ooms, tantes, nichten en neven..

Wat wil ik nou het liefst?
Ik wil het beste voor mijn kinderen. Het beste voor iedereen!
Ik wil niemand ongelukkig maken. Niet nòg meer gebrokenheid in het leven van de kids..

Wat wil Ik?

24. Erbuiten gezet

Het hoge woord is eruit. Mijn dochter lijdt aan PTSS. En ik ben het ermee eens. Want Post Traumatisch is ze, na alles wat haar is aangedaan. Het kan niet anders dan dat ze er door beschadigd is. Misvormd is misschien.

Nu willen ze haar behandelen met EMDR. Ze zou alles moeten herbeleven. Resetten. Om het daarna een plekje te kunnen geven. Mooi..

Pfft… Ik moet er niet aan denken!! Dat ze terug ziet wat haar is overkomen. Dat ze weer voelt hoe het is om betast te worden op de meest intieme plaatsen. Ik huiver bij het schrijven hiervan en een misselijk makend gevoel overmand me. Rillingen over mijn lijf! Mìjn lijf, terwijl ik het niet eens zelf heb meegemaakt..

Maar ja, wat ìk nu voel en vind is helemaal niet belangrijk. Hoe vaak me dat al in het voorafgaande traject is verteld! Alles wat met mijn dochter wordt besproken zal strikt geheim blijven. Zonder mijn dochters toestemming zal er niets worden gedeeld met mij, haar moeder.De laatste keer dat me dat gezegd werd, was het alsof ik de ogen van de psycholoog samenzweerderig richting die van mijn dochter zag glijden. Alsof ik er buiten werd gezet. Ik tel niet meer. Ik ben máár haar moeder..

Het voelt alsof ik medeplichtig ben aan het leed dat haar is aangedaan. Alsof ik erin ben gefaald het alles te voorkomen. Daardoor geen recht meer heb op mijn dochter.

Maar ik weet ook dat ik niet laconiek ben geweest. Dat ik haar altijd heb gewaarschuwd voor de gevaren in het leven… de foute mannen.

Had ik het maar meteen door gehad! Was ik er maar meteen bij geweest. Hàd ik het maar kunnen voorkomen..

Mijn hart huilt. Is verscheurd. Ik wil mijn dochter beschermen. Dicht tegen me aandrukken en troosten. Maar ik ben er buiten gezet. De therapeut heeft het van me over genomen. Ik heb mijn dochter negen maanden onder mijn hart mogen dragen. Haar op de wereld gebracht. Haar aan mijn borst gehad. Op mijn schoot gekoesterd. De eerste stapjes leren te zetten. Haar voor het eerst naar school gebracht..

En nu… nu ze door het leven gebroken is. Nu ze me misschien wel het meest nodig heeft.. Nu wordt ze me afgenomen. Een ander zal het van me overnemen. Want mij is het niet gelukt haar ongeschonden groot te brengen.

Ik voel me er buiten gezet..

Confronterend

Ik loop met mijn ziel onder mijn arm. Met wie zal ik nu kunnen praten? Ik wil graag even mijn verhaal kwijt, nadat ik net weer met de man van Slachtofferhulp heb gebeld. Het was een verhelderend gesprek. Ik had er echt wel wat aan. Samen de rechtszaak doorgesproken. De strafeis van de rechter.. Maar het is ook steeds weer zo confronterend. Op zo’n moment kan ik er echt niet meer om heen.

Er zijn weinig mensen die er van af weten. Het is ook niet makkelijk, zo’n onderwerp. Als je bus is gestolen, kan je daar met iedereen uitgebreid over brainstormen. Maar een zedendelict.. dat is toch wel even iets anders!

Volgende week is de uitspraak. Daar zal ik bij zijn, met mijn dochter. Het komt nu wel erg dichtbij. Ik heb mijn werk voor die dag al af kunnen zeggen. De oppas is ook geregeld. Mijn moeder zal die dag de kleintjes nemen. Mijn moeder. Natuurlijk! Ik zou best háár even kunnen bellen om mijn verhaal te doen.

Ik draai haar nummer. Het duurt een tijdje voor ze opneemt. Even ben ik bang dat ze al aan het avondeten zit. Maar dan neemt ze toch op.

‘Hoi ma! Met mij.’ Ik weet even niet hoe ik beginnen moet. Zal ik meteen zeggen dat ik met Slachtofferhulp heb gesproken? Hoe we alles hebben doorgesproken, ook vast voor volgende week. Hoe moeilijk ik het vind om er steeds weer mee geconfronteerd te worden. Maar ook gerechtigheid wil.

‘Ha! Waarvoor bel je?’ hoor ik aan de andere kant van de lijn. Ik besluit het gesprek langzaam die kant op te buigen: ‘Kunt u volgende week nog oppassen? U weet wel, wanneer we naar de rechtbank moeten voor de uitspraak..’ ‘Ja. Daar heb ik toch op gerekend?!’ zegt ze meteen.’Ja, nou ja, ik dacht misschien…’

‘Oh, moet je luisteren!’ onderbreekt ze me direct. Dan vertelt ze over de fysiotherapeut waar ze wekelijks een afspraak heeft. ‘Ik heb nu al twee keer gelopen.. je weet wel, met die stokken.. en het gaat best goed.. vandaag een dagje rustig aan gedaan.. Ik moet nu ook aan de Diclofenac.. Moet ik daar ook die maagbeschermers bij gebruiken? Ja, jij kan het weten.. Jij bent natuurlijk zuster!’ Een lach galmt door de telefoon.

Ik heb de mood niet om mee te lachen. ‘Tja..,’ laat ik klinken.

‘Ja, moet je weten.. je zwager moest natuurlijk ook naar de dokter. Hij is natuurlijk veel te dik! Moet nu lijnen voor zijn gezondheid. Ach, je weet wel hoe dat gaat, he?!’ Weer een lach.

‘Ja,’ doe ik kort en prik wat in het vlees dat voor me staat te pruttelen.’Wat sta je te doen?’ toont ze eindelijk interesse. ‘Gewoon, eten koken. Maar ik eh…’

‘Oh ja, nou ik heb het eten ook opstaan, hoor! Vind je zeker wel goed van je moeder?! Vorige week had ik echt zo’n baalweek… slecht gegeten, enzo.. Maar nu heb ik aardappels geschild. Doe ik dan wat doperwtjes bij…’ ‘Ja, ma, maar…!’ doe ik nog een laatste poging.

‘Goed!’ zegt ze dan: ‘Ga maar gauw met het eten verder! Ik hoor je nog wel een keer. Fijne avond!’ ‘Oke, mam,’ ik probeer de teleurstelling niet door te laten klinken: ‘Doeg ma.’ Maar de verbinding is al verbroken. Ik zucht. Als zelfs mijn moeder al geen tijd voor me heeft..

Ik loop met mijn ziel onder de arm.